Hoeft het gezegd dat Covid ons 2020 filmschema danig in de war stuurde en dat daardoor de Autumn Korda Masterclass film bijna niet door ging? Danny was genoodzaakt een very last minute SOS uit te sturen nadat wijzigingen in de coronaregels betekenden dat onze hele crew in quarantaine zou moeten als we in België of Frankrijk zouden filmen. Gelukkig reageerde Jürgen met zijn privé water in het zuiden van Duitsland, dat absoluut perfect was voor onze noden. Omdat we pas in de laatste week van oktober zouden arriveren, waren we misschien net dat beetje te laat op het jaar om het beste te zien van wat het te bieden heeft.

Ik reisde pas 48 uur na de rest van de crew af omdat ik de eerste verjaardag van mijn jongste zoon natuurlijk niet missen kon. Ik zal jullie niet vervelen met details, maar ik kwam pas in de schemering aan, net op tijd om nog een streepje water te zien alvorens de duisternis viel. Kort samengevat bleek het meer ongeveer 600 meter lang, plus minus 100 meter breed met dieptes tot ongeveer 9 meter. In totaal telde ik 5 stekken, 2 aan elk uiteinde, en 1 pal in het midden. Mijn makker Dan was aan het vissen op de eerste stek aan de dichtstbijzijnde kant. Hij gaf me een biertje en vertelde me een beetje wat er gebeurd was in mijn afwezigheid. Hij had dus reeds 24 uur gevist en had 1 vis gevangen, een 28 ponder. De stek aan de overkant leek me een redelijke stek, want er sprongen veel vissen terwijl ik luisterde naar wat Dan te vertellen had. Het was echter vrij dicht bij hem, en met slechts twee van ons die het hele meer zouden bevissen, voelde het een beetje vreemd en zelfs niet fair om pal boven hem te komen vissen. Dan had evenwel ook aas en een bivvy geplaatst in een tweede stek aan de andere kant van het meer. De overgebleven stek aan deze kant leek opnieuw een beetje te dichtbij, ook zag ik er niet meteen iets dat me inspireren kon. Met het bovenstaande in gedachten bleef de laatste stek in het midden van het meer eigenlijk over als mijn beste optie. 

Binnen 30 minuten na aankomst was het pikdonker en voordat ik mijn kamp opzette, wilde ik nog even snel een rondje lopen. Er werd me verteld dat er honderden vissen in dit meer zwommen en daar twijfelde ik niet aan: de vissen sprongen overal rond. Toen ik langs de oever tegenover de centrale stek liep, hoorde ik verschillende van die acrobaten. Op goed gevulde waters als deze gaat het zelden fout als je in het midden van het meer plaatsneemt, dus zat het vertrouwen wel goed! Het was ook waarschijnlijk dat als ik netjes viste, er genoeg karpers aan de dis zouden komen om er een paar te vangen. Na het opzetten van het kamp na eigenlijk net twaalf uur aan het stuur te hebben doorgebracht, zocht ik al snel in mijn slaapzak op. Dat ene biertje had blijkbaar medicinale doeleinden en bracht me in een extreem diepe slaap. Na ongeveer negen uur werd ik wakker en voelde me zo fris als een hoentje. 

Mijn openingszet was om twee hengels naar de verre oever te vissen op verschillende spots, één dropte ik vanaf de boot omwille van de afstand en de andere wierp ik gewoon naar de overkant. Beiden viste ik over een lichte hoeveelheid voer, een voorzichtige start dus tot ik zou gaan vangen. Lang verhaal kort, ik had tijdens de eerste 24 uur een zeelt voor mijn inspanningen… Ik had die eerste nacht lang wakker gelegen en de hoeveelheid springende vis was nochtans ronduit obsceen te noemen. Me daarop baserend wist ik dat we elke nacht meerdere vissen zouden moeten vangen! De tweede ochtend wierp ik met een lood het hele gebied voor me af om eens goed rond te voelen. Voor het grootste deel was de bodem niks speciaals, wel presentabel, maar met weinig grind of variatie. Uiteindelijk vond ik een klein stukje grind in het midden. Het was er zes meter diep en de donk van het lood voelde aanzienlijk beter. Ik grapte met de camera jongens dat Ian Botham (een old school UK cricket legende) daar beneden zat om mijn loden full toss terug te sturen. Omdat de bodem van de rest van de stek zo slibachtig en modderig was, koos ik ervoor om op deze spot te vissen. Het plan was om mijn beide hengels erop te droppen, niet meer dan 1 meter uit elkaar verwijderd. Op dit punt had ik de stek bijna doodgelood en ik moest me dus geen zorgen te maken de vis nog meer te verschrikken door een boot te gebruiken om te voeren. Het gebruik van de boot was waarschijnlijk toch discreter dan vijftig grote Spombs die tegen het oppervlak klappen.  Wanneer je voert vanaf de boot is het makkelijk om je aas onbedoeld veel wijder te spreiden dan vanaf de oever. Met dit in gedachten en wetende dat de sport erg minuscuul klein was, was mijn plan om het aas als dusdanig te voeren. De marker werd eerst vakkundig uitgezet en daarna ging ik op een laag standje richting de dobber om een vierkant van 1 meter er direct rond te bevoeren. De jongens op de oever merkten op dat het leek alsof ik de 4-5kilos Tigers en 15mm Cell boilies er direct overheen had gegoten. De nacht die volgde leverde mijn eerste vis op, een schub van iets meer dan 30 pond!

Op dit punt zat ik drie nachten aan het water (waarvan ik er twee viste) en het begon te voelen alsof de sessie aan het wegglijden was. De hoge springactiviteit ‘s nachts was een serieuze kwelling voor mijn ego en ik was me er acuut van bewust dat we er niet het beste uit aan het halen waren. Dan had drie vissen gevangen in de nacht dat ik aankwam, maar een slag kleinere schub van rond de 30 Engelse pond. Als je bedenkt wat er op dit water allemaal rondzwemt, dan is dit slechts een minuscuul tipje van de ijsberg, zelfs nog niet… Omdat mijn enige aanbeet was gevallen op een vrij groot bed van boilies en tijgernoten achtte ik het waarschijnlijk dat een groot deel van mijn aas nog steeds op de plek aanwezig was. Omdat ik dit echter niet met zekerheid kon zeggen, herhaalde ik hetzelfde proces van azen met 3-4 kg gemengde tijgers en boilies vanuit de boot. Om te voorkomen dat ik me zorgen zou maken dat de vis lange tijd zou eten zonder de haak te vinden, schakelde ik over op helderwitte Banoffee pop ups. In deze situatie hoopte ik dat de grote berg voer de vis zou aantrekken, maar zodra ze al te veel vertrouwen kregen zouden ze wel aan van mijn tricky kleine Spinner Rigs bengelen. 

Overdag was het meer werkelijk prachtig en in volle herfstbloei, maar tegelijkertijd absoluut doods. Het zou je vergeven worden als je dacht dat hier geen vis zat. De nachtelijke activiteit was echter weer eens uit de hand gelopen, iets wat ik in de late herfst in de loop der jaren al heel vaak had gezien! Mijn tweede vangst kwam in de vroege uurtjes van de nacht en deze voelde veel groter aan dan de eerste. Ik voelde een flinke kop aan de lijn schudden en de runs die het beest maakte waren zeer traag en doelgericht. Na enkele minuten van strijd doorbrak hij plotseling het oppervlak een paar hengellengtes voor me uit en schijnbaar verblind door de lichten van de camera ging ie recht het wachtende net in. In eerste instantie leek hij me niet zo groot omdat hij niet al te breed was, maar hij was wel verdomd lang. Op de weegschaal woog de vis iets meer dan 53 Engelse pond en werd in de sling geschoven tot het licht genoeg was. De foto’s van dit beest zien er bijzonder gaaf uit met het meer zwaar gehuld in dichte mist erachter. Meer dan apetrots was ik met dit schitterende Duitse prijsbeest!

Omdat deze stek slechts één vangst per nacht opleverde, besloot ik één van de hengels naar de andere oever te verplaatsen. De activiteit ‘s nachts bevestigde herhaaldelijk dat ik niet optimaal gebruik maakte van de hele stek! Na nog een mini ondervraging met de markerhengel koos ik een andere stek op 26 wraps. Om deze plek te vinden wierp ik vrij strak tegen de verre oever aan waarna ik het lood zachtjes plagerig het oevertaluud af trok tot ik de minste weerstand op de hengel voelde en daarna het schrapen op schoon grind. Er stond hier 4,5 meter water en zo goed als bij de voet van het taluud. Jürgen bracht die dag verse maïs dat nog gloeiend heet was toen bij mijn stek aankwam. Ik woog er 6 kg van af in een emmer en ik was verbaasd hoe weinig indrukwekkend het er eerlijk gezegd uitzag. Gekookte maïs is erg zwaar door het watergehalte, maar daardoor ook erg gemakkelijk te eten voor de karper. Ik herhaalde dezelfde truc door met de boot de 6kg maïs direct over een markerdobber te deponeren en vervolgens mijn 15mm Yellow Isotonic pop up vanaf de oever erover uit te werpen.

De grindplek in het midden produceerde niets, maar de verre oever hengel over de maïs vertrok met een rotvaart in het midden van de nacht. Het gevecht opnieuw dat van wat duidelijk een goede vis was. Hij deed niet veel in de zin van runnen of lijn pakken, maar maakte het me alleen moeilijk om te winnen. De verandering van stek en tactiek leverde dit keer een zeer welkom en direct resultaat op! De nacht die zou volgen zou de laatste worden met de hengels in het water en met dit in gedachten voerde ik een fractie van de hoeveelheden die ik had gebruikt. Slechts een kilo of zo per spot zodat ik samen met het eventueel overgebleven voer zeker wat aas rond de rigs had. Dit is een tactiek die ik vaak toepas op commerciële plaatsen waar ik de hele sessie met veel aas heb gevist. Ofwel helemaal niet of zoals in dit geval veel lichter tijdens de laatste nacht. 

Tot op dat moment had ik slechts drie aanbeten gehad in de vier nachten dat ik gevist had en tijdens de nacht die volgde had ik er plots vijf! Twee op de centrale grindplek en drie op de verre oeverplek met maïs! Geen grote vissen echter, allen in de 25lb-35lb klasse. Achteraf gezien kon ik na dit resultaat niet anders dan overwegen dat ik misschien te veel voer had gebruikt? Zeker een mogelijkheid om eerlijk te zijn, maar ik moest wel dankbaar zijn voor de twee mooie vijftigers die ik zo had gevangen. Vismaatje Dan had er een paar meer gevangen dan ik, maar niets van dit kaliber. Om deze Masterclass film te bekijken en om alle technische onderdelen in meer detail te zien kan je deze bekijken op het Korda YouTube kanaal.  

Tot een volgende keer, veel geluk.

Tight lines, Pecky