Monkey Climber magazine #10, een jubileumeditie van jewelste “Ik wil méér reclame en product placement”, dat is wat een toegewijd MC-abonnee al gekscherend zei over MC#10, het jubileumnummer van Monkey Climber magazine dat alweer aan zijn vijfde verjaardag toe is. Monkey Climber mag met recht en rede als het alternatieve Nederlandstalige karperblad aanzien worden, boordevol meeslepende verhalen, diepteinterviews, topfoto’s,… Kortom, al wat je karperhart sneller doet slaan.

0-hoofdfoto-mc10

1-raf-van-opstal

2-raf-van-opstal

Monkey Climber wist na jarenlang aandringen – boze tongen beweren dat er zelfs Godfathergewijs een afgehakte karperkop op het bed aan te pas kwam – de Belgische underground ace Raf Van Opstal te strikken voor zijn eerste interview ooit! Het resultaat is verbluffend en heel wat passages in het interview toverden een glimlach op onze gezichten, zoals deze: ““Wacht, ik heb er nog eentje die de Franse wetteloosheid illustreert. Frankrijk is een land met veel en strenge regels, maar je bent er echt overgeleverd aan de gemoedstoestand van de controleur, en dan maakt het niet uit of je terecht of onterecht gepakt bent. Ik ben er een paar keer tegen de lamp gelopen, maar deze ene keer tartte werkelijk alle verbeelding. De officiële aanklacht? Vissen met 8 stokken! Dat kwam als volgt: ik was in mijn eentje afgereisd naar een water waar toevallig nog wat Belgen zaten. Op een gegeven morgen krijg ik controle en louter op basis van wat de garde de pêche van locals of wandelaars had gehoord hing ik! Ze hadden me zogezegd met acht stokken bezig gezien, terwijl er maar vier voor mijn neus stonden en ik ook niet meer hengels in mijn wagen zitten had. Ik mocht uitleggen zoveel ik wou, mijn koffer openen, pas moyen, alles werd simpelweg in beslag genomen zonder dat ik er ook maar iets tegen kon inbrengen! En het strafste van al: alles bleek gewoon op een misverstand te berusten. Een stel Belgen aan deoverkant – AVK’s Karate Kid Kenny en zijn maat Guy of Benny, de naam onsnapt me even – reden toevallig met eenzelfde auto als ik: een paarse Nissan stationwagen. Een van hen was die morgen naar de bakker gelopen, waardoor een of andere passant er slechts één visser met acht hengels gezien had en ik uren later de pineut was! Maar daarbij eindigt dit verhaal nog lang niet! Je moet weten dat ik er een lokale bewoner goed kende, Dominique, die ook wat toezicht hield aan het water en waarbij ik na dit voorval terecht kon. Alles speelde zich bovendien af in een heel klein dorpje, zo’n typisch gevalletje iedereen-kentiedereen, en Dominique verzekerde me dat hij mijn materiaal vrij zou krijgen. Alleen was het net weekend en kon hij het niet meteen regelen, want alles stond verzegeld op de gendarmerie. Het toeval wou ook dat Dominique die zaterdagavond een feest hield waarop iedereen aanwezig zou zijn. En dat feestje liep nogal uit de hand. Probeer je volgende scène op het einde van de avond eventjes voor te stellen: Kenny had een zak wiet bij waarmee hij de reeds straalbezopen garde de pêche zover kreeg dat ie met zijn revolver in de lucht stond te schieten terwijl de facteur een illegaal gevangen ondermaatse snoek op de barbecue smeet! Het was zo surreëel als maar zijn kan! En geloof het of niet: Dominique kreeg het geregeld dat ik de maandag mijn materiaal met de officiële zegels er nog op terug mocht afhalen op het commissariaat alsof er nooit iets was gebeurd…”

3-gio-en-eve

4-gio-en-eve

Deel 2 van Le Quatorze Juillet, het vakantierelaas van hoofdredacteur Gio en zijn vriendin/ontwerper Eve die de zomer van 2015 aan de oevers van de Franse Rhône en omstreken besteden. Meeslepend en boordevol aparte foto’s. Een klein stukje uit hun verhaal: “Onze aankomst kwam trouwens gevaarlijk dicht in de buurt bij een klaarkomst. Even een situatieschets: een openbaar park, een massa volk, met op het einde van alles een enkele toegang naar een stokoude, vergeten gravel pit. Privaat domein en verboden te vissen. Ondanks dat die toegang vrij verscholen ligt, staat op het grasplein er pal voor een witte Peugeot 306 geparkeerd. Deuren open. Bestuurderszetel achteruit. Bestuurder eveneens achteruit. Passagier erop. Beiden voor even niet-praktiserende moslims, zoveel is duidelijk. En dat op klaarlichte dag, in een park waar zat kinderen passeren. Zelf moeten we er echter ook voorbij willen we aan het water raken, en de tijd dringt. Lucas lijkt het niet te veel te kunnen schelen, en hij sleurt me haast mee. De vrouwen blijven achter. Met een afgestreken bonjour passeren we het vrijend stel, waarop we ietwat later hun motor horen in gang schieten en ze het hazenpad kiezen. Trots toont Lucas zijn vondst, want niemand vist hier. In realiteit betreft het een water van zo’n vijftien hectare, bezaaid met eilandjes overal. In de loop der jaren is de plek echter beginnen dichtgroeien met een soort groene plant met gele bloemetjes, waardoor er nu misschien nog twee te bevissen open plekjes van een hectare overschieten. Het stikt er bovendien van de karper. Veel kleinere exemplaren, maar wel karaktervissen. De enige keer dat ie een makker had meegenomen ving die weliswaar prompt een vijftien kilo two tone schub, en vanuit de boot had ie zelfs al een exemplaar van boven de veertig pond gezien. Maar… het zou vooral een nacht van aantallen worden, weet ie.”

5-samar

Nederlands trots en keeper of the faith van het eerste uur Maurice Samar maakt zijn Monkeydebuut met het relaas over enkele sublieme en succesvolle zomerse stalksessies. “Een twintigtal meters voor mij scharrelt een groepje karpers langs de oever tussen het wier. Voorzichtig schuif ik naar voren om de vissen beter te bekijken. Het groepje doet zich tegoed aan al het lekkers wat ze vinden in het wier. Ik lig in het natte gras als ik op nog geen meter van de vissen verwijderd ben en door het kraakheldere water elke beweging kan volgen die de karpers maken. Een machtig gezicht. De oude dame waar ik stiekem mijn zinnen op heb gezet ligt er niet bij maar desalniettemin zal en moet ik een poging wagen er één tussen uit te plukken. Op de hair schuif ik een plakkerig tijgernootje. Een klein verklikkerloodje komt op veertig centimeter van de haak achter een stoppertje en als beetregistratie monteer ik een stukje pauwenpen op de lijn. Het pennetje kleeft plat aan het wateroppervlak. Een fl inke bocht vanaf het pennetje richting het verklikkerloodje zorgt ervoor dat de vis de lijn niet opmerkt. Een simpele, maar zeer effectieve manier om ze onder deze omstandigheden te belagen. Bewapend met een hengel en schepnet sluip ik naar de vissen, inmiddels zijn er twee gevlogen en een deftige schub ligt heftig te schranzen in het wier. Voorzichtig laat ik het pennetje zakken op een meter van de vis. Ik kauw een paar tijgernootjes tot kruim en drop dit voorzichtig rond mijn haakaas. Niet veel later schuift de vis richting het tijgernootkruim en zonder enige aarzeling wordt het handeltje naar binnen gezogen. Ik gris de hengel uit het gras en alsof een deftige stoeptegel het water ingegooid wordt ontploft het wateroppervlak.”

6-peck

Lost in France, dat ben je zeker als je weken aan een stuk aan de modderige oevers van Orient in het najaar vertoeft en je bus tot overmaat van ramp in vuur en vlam op gaat! Het overkwam Darrell Peck en exclusief voor Monkey Climber brengt hij zijn verhaal in de Nederlandstalige karpermedia: “Twee van de meest inspirerende verhalen die ik ooit las, waren geschreven door Rod Hutchinson en Richard Seal, en verschenen in Carp Scene, het magazine van Hutchy uit die tijd. Het verhaal dat Richard vertelde, ging ongeveer zo: Hij kreeg de mogelijkheid om samen te vissen met één van de grootste namen in de karperwereld en dat op één van de beruchtste wateren van het vasteland. Die kans kreeg Richard, omdat Rod zijn rijbewijs was kwijtgespeeld nadat hij onder invloed reed en als ik me nog goed herinner, was hij net daarom op zoek naar een chauffeur. Nu achttien jaar na het lezen van dat verhaal, kan ik me nog steeds het beeld voor ogen halen van een jongeman met glinsterende oogjes, die met zijn idool naast hem in zijn kampeerbus op vistrip vertrekt. Toen bestonden de moderne, commerciële karperscene en de veertig kilo (met dank aan al het vissersvoer) wegende monsters van vandaag nog niet. De grootste vissen van toen groeiden op een natuurlijke manier op en zwommen op de meest uitdagende, extreem grote wateren van Frankrijk. En net daar zaten de grote namen uit die tijd hun dromen achterna. Toen ik die artikels las, was ik een jonge tiener die nog niet eens een karper van tien kilo gevangen had. We spoelen een jaar of achttien door: ik ben een paar karpers verder en ondertussen zijn er een heleboel zaken in mijn leven veranderd. Een ding dat echter nooit veranderde, was de gedachte om ooit in de voetstappen van Hutchy en co te treden en ook een poging op Orient te wagen…”

7-beuv-en-rinsema

Wat gebeurt er als twee gekke, onverstaanbare Twentenaren de Duitse grens oversteken om daar wat te gaan illegalen? Nick Beuvink en Mark Rinsema doen het uit de doeken in het erg aangename Brothers in Arms: “Het gras is altijd groener aan de andere zijde, zo ook in dit verhaal. Verdreven van eigen plu en oever door drukte, afgunst en onbegrip. Het gevoel is weg, het werkt niet meer en na de zoveelste zeper op eigen grond gaan onze neuzen oostwaarts. Met de verschuiving van onze jachtgronden moet de gebruikelijke strategie er ook aan geloven. Het eindeloos slepen met een berg groene spullen tegenover minimale resultaten staat ons tegen. Wellicht nog wel meer tegen dan de geestesrichting binnen de Nederlandse carp scene. Het nachtenlang wachten op iets wat misschien niet komen gaat, is voor ons verleden tijd. De snode plannen gaan uitgevoerd worden in relatief kort tijdsbestek, tussen avondmaal en bedtijd.”

8-yves-deuvaert

Een karper dubbelen, zegt u? Niks speciaals aan, toch? Ware het niet dat Yves Deuvaert de vis voor een eerste keer in 1994 ving en er twintig jaar later zijn zinnen opnieuw op zette. Ondertussen was het beest de topvis van he desbetreffende water geworden! “Eens boven de vis voer ik al watertrappelend de druk op. Er komt beweging in en ik weet de vis tot aan de oppervlakte omhoog te hijsen. G houdt de lijn strak en ik kan de vis verder afdrillen. In het net, jij! Yes! Daar ligt een zeer mooie halfrijen, netjes in proportie gebouwd en eens op de kant zien we dat de vis heel veel weg heeft van Bazil, de alom bekende, wijlen spiegel van Yateley North Lake destijds. Als we later de foto’s vergelijken zijn de gelijkenissen echt treffend, zelfs onze Engelse vrienden Gaz en Meeky kunnen hun ogen niet geloven bij het aanschouwen van deze vis. En wat meer is: het is er dan ook nog een die zijn oeverbezoeken erg schaars weet te houden.”

Monkey Climber #10 is ook te vinden bij de beter gesorteerde hengelsportzaken in België en Nederland, alsook kunt u zich voor slechts 15,99 euro per jaar abonneren op dit erg aangename, relaxte blad. Een aanrader!

www.monkeyclimber.be

http://monkeyclimber.bigcartel.com