De nieuwste editie van Monkey Climber magazine verscheen een maandje geleden met Carp Zwolle, een operatie verhinderde ons tot nu om een (p)review online te zetten. Een review in de vorm van een recensie is het alvast niet – dat zou nog maar al te gek zijn over je eigen creatie – een preview van wat dit nummer te bieden heeft is het wél, aan de hand van een aantal leuke quotes en teasers uit de verschillende artikels.

“Dit moét je zien!” Stilte. “Dit moéééét je ééécht zién, Gio!” Opnieuw stilzwijgen. “Dit is zooo Monkey Climber!” Met een trillende stem haakt een ietwat – ahum, wie hem een beetje kent weet dat dit een zwaar understatement is – nerveuse Mark Pansar aan de andere kant van het land in. Met die info moeten we het doen, op naar het diepe Limburg voor twee kille en klamme februarinachten dan maar. Nu alweer twee jaar terug, maar omdat we vernamen dat de protagonist in kwestie op een verdiend voetstukje van de Belgische karpergeschiedenis geplaatst zou worden in Zilver, het boek n.a.v. het 25-jarig bestaan van de VBK vzw, wachtten we tot nu met publicatie… Jawel, Skup lééft! Ergens in het verre Limbabwe…”

Nick & Stefan wagen zich op Duits stroopgebied, meer nog: ze graven zichzelf zelfs in. Into the trenches… ongetwijfeld het vetste stuk dat Beuvink totnogtoe schreef. Het kan zijn dat ik vroeger teveel Dukes of Hazard heb gekeken maar het leek me een strak plan! Wat oude lappen en t shirts dienen als bescherming voor de banden. Stefan komt daarbij te hulp met de vloermatten uit zijn oma’s Opel Corsa. Na enig klooien is de draad laag genoeg om er overheen te rijden. Stefan gaat als eerste omdat hij de kleinste auto heeft. Wonder boven wonder gaat dit goed en Stefan is in vrijheid. Mijn Caddy echter is van een ander kaliber en ik ben bang dat de houten plankjes de bus niet houden. Schoorvoetend kruip ik met de voorbanden over de draad: het piept, kraakt en schuift. Mijn onderbroek is inmiddels doorweekt, de billen aan elkaar. De voorbanden redden het en net als ik met de rechterachterband het plankje op rijd hoor ik een knal. Het eerste wat door mijn hoofd schiet is een klapband. Uit schrik laat ik de koppeling vieren en trap het gas in. Met horten en stoten vlieg ik de straat op, een complete ravage achterlatend. Het plankje is weggegleden en tegen de onderkant van de auto geknald. Door mijn abrupte reactie is het prikkeldraad omhooggekomen en blijven haken achter de zekeringsbeugel voor de aanhanger. Je raad het al: het prikkeldraad inclusief paaltjes ligt verspreid over het landschap. Met als stille getuigen aan flarden gescheurde lappen en shirts. Als door een schot hagel geschoten scheuren we richting grens. De vrijheid tegemoet. Geloof mij dat er die avond vaak is gehuild van het lachen.” 

Mistbanken rollen over het glazige, dampende water. Naarmate de zon doorbreekt zijn daar de eerste tekenen van karper. Bellenplakaatje hier, bruistapijtje daar, zoals dat dan gaat. Ik ben in de fortuinlijke positie dat dit haast dagdagelijkse realiteit voor me is, in goed gezelschap steeds ook, want materiaal voor een voornaam aasmerk sprokkelen is nu eenmaal mijn job…” In een goedgevuld artikel volgen we de Engelse Sticky Baits mediaman Dan Wildbore op zijn ‘viscapades’ tussen het vele werk door… Een lang stuk dat niet gaat vervelen, en waarbij regelrechte platen van vissen voorbij komen. Enjoy!

Een ware eer om in ons magazine te hebben; niemand minder dan Oz Holness! In een bijzonder, nooit eerder gepubliceerd artikel verhaalt over zijn jacht naar bijzondere (vol)schubs. Oude, dikke knarren die in de schaduw van de stadsdrukte leven. Zijn relaas is prachtig, en al even schitterend vertaald door P.B.. De intro alleen al doet je wegdromen: “In de verte hing, op deze verstikkende en zwoele zomeravonden, het gebrom van de drukte van het pendelaarsverkeer steeds weer zwaar in de lucht. De plas, idyllisch gelegen langsheen een rivier in de vallei, behield – ondanks de invloed van de buitenranden van de stad – haar impressie van een rustgevende afzondering. Een verborgen toevluchtsoord, een verademing, amper opgemerkt door de zotte wereld die continu verder raast.”

Reasons to be cheerful, part 3. Oftewel de terugkeer van onze auteur Hans Moolenaar (zie ook MC#1). Aangeleverd als een bijzonder verhaal over het vissen in Duitsland, wij hebben er een Fishues van gemaakt met een passende, waargebeurde illustratie erbij. Cheerio!

In Zwitserland wonen naar het schijnt de gelukkigste mensen ter wereld, maar hoe komt dat precies? Behalve een hele resem clichés – gaande van schone Heidikes tot felbehaarde Üli’s (zonder uzi’s, zie ook verder) – waarmee je in boekvorm moeiteloos iemand zou kunnen doodmeppen, weten we eerlijkheidshalve eigenlijk niet zo heel veel over dat ietwat ingeslapen Alpenlandje. Wat maakt die Zwitsers nu zo fröhlich? De frisse berglucht? De verse koeienmelk? Die horden toeristen? Hun florerende economie, uitmuntende infrastructuur en ongeëvenaarde levenskwaliteit? We vroegen het René Domig, een uitgeweken Oostenrijker en zelf dus een allochtoon die alweer ettelijke jaartjes vertoeft in het land van koekoeksklokken, chocolade en kaas. En of hij blij wordt van die ongekende en ongetemde Zwitserse Karpfen…

De naam Del Smith staat onloochenbaar synoniem met het befaamde Engelse Horton complex, alwaar Delboy decennialang hoofdtoezichthouder was. Del was er van meet af aan bij en zorgde er met een bijzonder (kweek)project voor dat de toekomst van de waters zelfvoorzienend is. Als ode aan deze bijzondere mens schreef niemand minder dan Oli Davies het verhaal achter Del’s Legacy, zodat zijn levenswerk nooit vergeten zou worden. En dat zal wel niet, als we zien welke pareltjes zijn initiatief voorgebracht heeft en dat nog steeds doet…

Neon lights never lie 🙂