Achter iedere foto schuilt een verhaal, een herinnering, een emotie. Een al te duf logboek heb je niet nodig. Nee, laat je stapels foto’s en albums die herinneringen maar lekker oproepen. Als je net als grafisch wonder en gewoonweg sympathieke peer Geert Vandeplancke al van kindsbeen een fishtic hebt en gedreven op vanalles en nog wat vist, moet het niet makkelijk zijn om voor onze Foto Safari een handvol van de meest memorabele momenten uit je vissersleven te kiezen… Here we go!

Afscheid van m’n jeugd

Als ik me goed herinner leerde ik in 1994 mijn eerste vrouw kennen. Ik was ondertussen wat uitgekeken op het karpervissen en lonkte reeds naar de vliegvisserij. Een mooie zaterdagmorgen bracht me nog eens naar het Land van Ghow. Voor een instant karperdagje. De stek waar Phil en ik enkele jaren eerder zo veelbelovend van start waren gegaan lag als een van de enige vrij, en die zou het worden. In het opkomende licht had ik wat activiteit bemerkt op de ondiepe plaat, vlak tegen de oever aan. Bij het krieken van de dag bleek er een massa karper in dit kantje te liggen, op kniediep water. Nochtans lag de paaitijd ver achter ons. God mocht het me uitleggen waarom zoveel vis op het ondiepe zat. En waarom ver vissen als het voor je voeten ook kan? Ik wandelde twee rigs uit, waarvan lood en hoofdlijn onder het zand verstopt werden. Uit m’n ooghoeken zag ik hier en daar een mooie karper voorbij kruisen, onbevreesd! De derde rig ging de andere kant op, waarschijnlijk kansloos. Je kan het al raden, het werd een topdagje op dit voor de rest moeilijke water… een run of zeven, misschien acht, ik ben het al lang vergeten. Alleen een paar foto’s van Geert Baillevier resten me nog als herinnering. De vangstagenda is reeds lang zoek. Deze prachtige schub zat er ook bij. Het zou m’n laatste karper zijn die ik er ooit zou vangen. Terugkijkend overvalt me een vlaag van melancholie, vandaag ben ik net 47 geworden (nvdr: Geert schreef dit voor ons een goede twee jaar geleden) en toen was ik een goede twintiger… Het vuur van het karpervissen heeft sindsdien nooit echt méér in me gebrand, alvast toch niet zoals in die jaren. Ik zou het prachtige meer met z’n mooie zeelten, donkere brasems en ware monumenten van karpers achter me laten, verhuizen naar andere visgronden en me richten op de liefde en het vliegvissen. Deze vis was een prachtig afscheid van het eerste grote water waar ik als kind en jongen in de jaren ’80 viste. Vorig jaar ging ik er nog eens wandelen, en de magie was samen met de vissen verdwenen. De Grote Sterfte had ook de zinderende Spanning – die er ooit ging – meegenomen. Maar, geef me nog tien jaar op deze planeet, en dit water bezorgt me terug de kriebels van weleer…

De Gekraakte

Een paar jaar geleden deed ik een poging om een snoek te vangen op een groot water in de buurt van mijn geboortedorp. Dat wilde de eerste avond best lukken met een vis in de 75 cm categorie, wederom op een zelfgemaakte jerkbait. De tweede avond staken de andere vissers een stokje voor m’n visexploten. Geert Vandeplancke slaat namelijk graag een babbeltje en dan komt er geen vis in het net, hé? Ik raakte aan de praat met Jonas en Ole, twee vriendelijke jongens die een welbekende brede karperstek deelden. Ze waren net aan het uitpakken. De ene wist me te zeggen dat ze er nu 6 weken aan het vissen waren, met erg mager resultaat. Z’n vriend had drie vissen, hijzelf moest z’n eerste run nog krijgen… tja, eigen aan dressuurwater. Maar dat had hij er voor over, z’n target was immers de Gekraakte Staart, één van de echt grote vissen van het bewuste meer, een oud monument van ver over de twintig kilo. Méér dan deze ene vis wenste hij niet.

Het aas werd op verschillende dieptes uitgeworpen, het kamp opgeslagen. Een kwartier later volgt er een trage run op één van de single hookbaits. Iedereen springt verbaasd en uitgelaten het water in om de vis af te drillen en te scheppen, ik stel voor om te fotograferen. De vis blijft traag en log baggeren, met breed uitdeinende kolken in het olieachtige water. Het zag er veelbelovend uit, zonder meer een echte bak! De ene wilde de vis scheppen toen de karper zich de eerste keer zijlings aan de oppervlakte toonde, maar hield zich uiteindelijk in.

“Geloof het of niet, maar het is de Gekraakte Staart die je er aan hebt, en dan nog je eerste beet godverdomme!”, riep z’n visvriend uit. Paniek, spanning en ongeloof tegelijk! De vis ging terug diep en luttele seconden later loste de haak. Ongeloof schoot over, die ene kans voorbij. Geen rimpel die nog aan de reus deed denken. Teleurstelling alom, de eerste vis van een nieuw water, de vis van je dromen, en hem dan op deze manier verspelen… De pastis in de 1,5 literfles slonk zienderogen. Gekraakte Visser.

Het randgeval

Rond 2005 waren David en ik stevig aan het roofvissen. Onze start in het snoekvissen was traag gegaan. Poldervissen was gemakkelijk maar met de boot die we net aangeschaft hadden ging het moeilijker. Te veel onwetendheid en vooral te veel informatie die we nog niet gebundeld kregen. We waren ook van start gegaan op één van de moeilijkere wateren, dressuur werkte ons tegen. Maar na enige tijd valt alles in de plooi, tot je een soort climax bereikt. Je vist op een reeks wateren, neemt de opgebouwde kennis mee en legt de puzzel juist.

We hadden dat jaar goed gevist op één van de Nederlandse Randmeren. Wekelijks werden we geplezierd met een metersnoek. Het zat juist. Zoals iedereen ondertussen weet concentreren snoeken zich naar de winter toe op plekken waar veel aasvis samenschoolt. We besloten er op te anticiperen en er al eerder te vissen dan de rest van de roofvissers. Begin oktober kon ik een PB-vis van 116 cm strikken op een geverticaalde horsmakreel, om nog dezelfde dag een 121 cm te vangen. Veel sterker kon het niet. Ook David deed z’n duit in het zakje met prachtige vissen. Maar de lange visdagen en dito reistijden eisten hun tol. Goed vangen ja, maar er stond wel iets tegenover. Het begon me zwaar te wegen. Het broeide. Twee weken later startte ik de dag na 5 minuten met een 118 cm, die m’n vinger in het gewricht openhaalde, ik voel het na jaren nog altijd. De actie stopte die dag niet meer. Toen het donker werd stond de teller op 11 snoeken, waarvan 9 waanzinnige meterplussers. Mijn perceptie op het snoeken zou nooit meer hetzelfde zijn. Waarom een gans jaar hard vissen als je ze op het goede moment op deze plek kon bijeenharken? Ik verspeelde een vis die gemakkelijk 115 haalde en het kon me helemaal niks meer schelen. Ik was het kwijt. Nadien kon ik het allemaal moeilijk verwerken en de conclusie was dat het niet gaat om veel vangen, het gaat om goed bezig zijn, op het juiste spoor zitten. Natuurlijk moet er regelmatig iets gevangen worden om gemotiveerd te blijven, maar te gortig haalt alle plezier eruit.

Onze vriendschap leed eronder, maar ik was niet in staat om over de snoekproblemen te praten. Het jaar nadien werden m’n visdagen lusteloos, ik kreeg het niet op orde in m’n hoofd. Was er niet bij. De eerste week na de opening zaten we een ganse week op het water. Ik ving zo goed als niks meer, het was hard om door te douwen. Ook de visweek in het najaar bracht me verwarring, mede door de slechte vangsten. Toen ik het eindelijk kon opbrengen om m’n vismaat te zeggen dat het voor mij op deze manier eindig was, was dit zelfs de start van een fikse ruzie die nogal persoonlijk werd en het deed me besluiten om met het hengelen een andere weg in te slaan. Ik moest gaan genieten, alleen, zonder me nog te fixeren op mijn prestatiedrang.

Ik liet de snoeken even achter me om volop te gaan verticalen op snoekbaars. Erg leuk, omdat het zoeken, vinden, haken en vangen primeert op de grootte van de vis. Een immens contrast met de karper- en snoekvisserij. Het plezier kwam terug en op die manier liep ik ook tegen een paar aangename visvrienden aan, ze slaagden erin om me op het goede spoor te zetten. Iets waar ik hen dankbaar om ben. Ook al weten ze dit zelf niet. Ik begon te vissen op een andere manier, en deed niks meer tegen m’n zin. En toen stierf Jaap. Hoewel ik hem niet zo goed kende was dit een klap voor m’n kop. Hij was ons ontrukt, zo eindig was het leven dus. Ik zat in m’n boot toen ik het nieuws hoorde en was met tegenstrijdige gevoelens aan het kunstaasvissen op groot water. Want het werkte die dag niet en ik voelde dat ik weg moest, wat ik dan ook prompt deed. Ik heb Jaap De Bliek beloofd – ook al kan hij het niet horen – dat ik dit principe zou handhaven tot m’n eigen einde. Het is maar vissen. Niks meer tegen mijn zin.

Geert Vandeplancke

Heel binnenkort mag je hier het tweede deel van Geerts grasduinen in eigen verleden lezen, of bezoek alvast ook even zijn tot-hardcore-vissen-aanzettende site www.fishtic.com

Leave a Reply