All posts in “Image”

Monkey Climber op VBK Meeting nu zaterdag 9 december!

Nu zaterdag viert ons aller geliefde VBK haar 25e verjaardag en hier zijn alvast een aantal redenen – zware feiten en minder serieuze – waarom jij er ook bij moet zijn:

  • Gewoon omdat wij het zeggen. Fact. 🙂
  • Omdat Geert Ooms jullie tijdens een uur durend demo leren zal hoe een plaat van Cash feilloos op je kop te balanceren.

  • Voor stijladvies van Alan Blair en om nu eindelijk te weten welke 5 panel je bij welke maanstand hoeft te dragen.
  • Omdat diezelfde Alan Blair in tegenstelling tot wijlen Hugo Claus op de boekenbeurs geen vaarzen maar wel de laatste editie van Monkey Climber op onze stand signeren zal (en bloot vlees ook, bring your girlfriends)!
  • Voor meer gefluister tussen het riet nu de standen en de lezingen geïntegreerd zijn.
  • Voor Zilver, het jubileumboek waar wij ook een bijdrage aan leverden.
  • In de woorden van geheelonthouder Gio: pintjes!

Wij brengen in ieder geval een massa magazines, merchandise, pop ups, pins, stickers mee naar de meeting. Wil je iets specifieks, dan contacteer je ons best op voorhand op info@monkeyclimber.be 

Ook kan je op de meeting weer traditioneel je Monkey Climber abonnement verlengen! See u there!

Going ape: The 1968 Jack Hilton Redmire files

Earlier this week we posted a quite unusual find – tbh, most probably the sickest thing in our collection over at Monkey Climber – in a Facebook group for old school afishionado’s: the original 1968 lease document for Redmire Pool between Jack Hilton and the owners of the property. Truly unique and a proper piece of carp fishing history. The post quite literally went red hot in no time, but since not everyone can see posts in this group we thought of sharing some images with you over here.

1

2

Lots of people were curious as to how we came across this. The answer simply is ‘by eBay accident’. We think it was ten years ago when our editor couldn’t find his original copy of Quest for Carp, so we had a look on eBay uk searching for ‘Jack Hilton’. Couldn’t believe our eyes when we saw this listed for a couple of quid in the general Book section of eBay (not in the angling listings). Waited until the last seconds of the auction, put 50 quid on it and won it for 45 🙂 We’ve been offered a good month’s wage for it since, but will never leave the Monkey Climber HQ, sorry!

3

4

Note that Jack could lease the infamous syndicate for 500 quid back then, which must have been a lot of money in those days. For your interest, we did a Jack Hilton tribute for MC#5 couple of years ago, with this amazing cover by Stannart. Interviewed Jack’s son back then, truly inspiring stuff. This issue is long sold out though.

05

MC Keeper of the Faith rods

Here are some progress pics of a little project we are working on with the guys at Cotswold Rods over in the UK. We have ulitised some great ‘old skool’ styling together with fresh detailing to create a rod that looks just as good as it performs!

With each rod built by hand and individually numbered in the renowned Cotswold workshop, quality is assured.

Full spec as follows:

Full duplon handles with ‘old skool’ styling
Fuji DPS 18 reel seats
Black Delrin collars and caps,
Custom engraved ‘MC’ butt caps
Kigan 3d black ringing
Anti wrap tip rings
Each rod individually numbered
Custom ‘MC’ decals
Blanks available in 3, 3.25 and 3.5lb

Führerschein und Fahrzeugschein bitte!

Flarden uit een vissersgeest,

iets om over na te denken

 

Rustig tikt de slip. Zware bonken volgen op de top. De hengel gaat zo krom als een hoepel. Man, wat is het koud! De rillingen die over mijn rug lopen zijn evenwel absoluut niet van de kou. Nee, dit is pure adrenaline, het zijn déze momenten dat ik als ik karpervisser écht lééf…

De duizenden sterren die helder aan de hemel staan zijn de enige getuigen die zien dat ik op een verboden watertje mijn ding doe. Voor even sluit ik mijn ogen en geniet intens, wat hebben we toch een geweldige hobby! Een paar minuten later geeft een zwaarlijvige schub zich gewonnen, en ontwaak ik weer uit mijn roes. Een paar zelfontspannerplaatjes later mag de vis weer zwemmen. In al mijn enthousiasme wil ik de prachtige schub op FaceBook knallen, mijn vreugde delen met anderen, maar weet me ternauwernood – of was het nu ternauwerdood – in te houden. Nee, nu nog niet, Mark, wacht nou toch even! Die grassprietjes linksonder op de foto’s herkennen die echte IT-vissers toch meteen. Laat ze toch nog maar effe wegblijven.

Erg dat je tegenwoordig zo moet denke, niet, maar het is helaas wel keiharde karperrealiteit anno 2015! Claimen kun je niet, hoogstens in goed overleg voor een tijdje, maar beter maak je geen slapende honden wakker. Afromen en wegwezen, en er werd niet meer over gesproken.

Er is al veel geschreven over de invloed van de media en commercie op de karpervisserij. Deze schijnen tegenwoordig hand in hand te gaan en dat brengt voor- en nadelen met zich mee. Maar wat mij vooral zo opvalt, is dat in verschillende magazines – zonder namen te noemen – de commercie ook al in de artikelen de boventoon voert. Het merk beetmelder dat het uitschreeuwt, of de geweldig sterke haak van nu eens het merk X dan weer Y of Z waarin o-zoveel-vertrouwen is, of je geacht wordt dat te hebben. En dergelijke voorbeelden kan ik eindeloos blijven opnoemen. Met naam en toenaam, desnoods met de paginanummers erbij, maar laat ik hier vooral beleefd blijven. Ben ik dan de enige die zich hieraan mateloos erger? En die zo benieuwd is naar het échte verhaal achter de vangsten. Het bloed, het zweet en misschien ook wel de tranen? Of ben ik dan gewoon een ouderwetse romanticus? Het oude, het mystieke, de spanning en de ontknoping. Ik snap dat er in de bladen van tegenwoordig reclame moet worden gemaakt, maar alsjeblief, kan dit niet gewoon op aparte pagina’s tussen de verhalen door?

Iedereen beleeft zijn visserij op zijn manier, en dat heb ik ook maar te respecteren. De een zit twee weken achtereen aan een betaalwater de ene veertiger na de andere binnen te harken, zonder dat het zijn waarde verliest. Voor mij is een bak dan weer de ultieme beloning aan het einde van een lange reis vol moeite. Iets waar je later nog met trots op terug kunt kijken. Maar ook dat is persoonlijk! En gelukkig zijn we niet allemaal hetzelfde, dat houdt het interessant. Wat je ook doet, als je er maar plezier in hebt! Zo laat ik me nog altijd leiden door dat kleine jochie van vroeger dat op jacht ging naar karpers met een telescoophengel, het pennetje en een potje maïs!

En zo geniet ik van de kleine dingetjes. Vaak zijn het niet eens vangsten, maar wel een leuk verhaal, een grappige belevenis, iets dat je je hele leven lang bijblijft. Zonder dat daar merken of namen hoeven bij gesleurd te worden. Toch? Net zoals deze korte anekdote van dit voorjaar die ik jullie wil meegeven. Op een frisse dag in maart besluit ik een watertje bij mij in de buurt lichtjes te bevoeren. Eerst nog effe snel in Duitsland tanken, ik woon per slot van rekening aan de grens!

De zo rustige grensovergang waar normaliter geen hol te beleven is, blijkt nu een redelijk grootschalige controle post te staan. “Führerschein und Fahrzeugschein bitte!“, vraagt een van de Duitse agenten mij op een norse manier. Nadat blijkt dat ik in orde ben met de papieren, wil diezelfde agent ook een kijkje nemen in de kofferbak, waar op dat moment nog mijn complete karperuitrustig in ligt. Nadat de man mijn complete vistas op de kop heeft gezet, en zelfs mijn onthaakmat heeft gechecked, wil hij als laatste controle toch nog even in de goed afgesloten emmer kijken. De emmer bevat in krill gesoakte bollen, ik kan een kleine glimlach reeds niet onderdrukken.

Wanneer de Duitse agent de emmer opent is hij duidelijk zichtbaar onder de indruk van de bedwelmende lucht van de krill. En als hij ook nog eens met zijn blote pollen een van de bolletjes oppakt moet ik echt mijn best te doen om mijn lach in te houden. In je steenkolen Duits uitleggen dat je karpervisser bent, dat je gaat voeren en dat het in krill gesoakte bollen zijn is niet zo eenvoudig! Uiteindelijk is alles toch in orde, en kan ik mijn weg vervolgen. In mijn binnenspiegel zie ik de agent nogmaals aan zijn handen ruiken en nu kan ik mijn lach niet meer onderdrukken! GUTENTAG!!

Love Carp.

Appreciate Nature.

Respect Each other.

 

Mark Rinsema

#nofish

Just the game
Bare essentials
The joy
The vibe
The art
Don’t fuck it up
Let it be
Whatever
Forever
Alive
Kicking

Willem Barnas

The harder they fall

Voor de KWO rotary met als titel ‘Brollywood’ schreef onze editor volgende bijdrage, we wilden hem u alvast hier niet onthouden. Voor de volledige Rotary met de bijdragen van Roderick Langeveld en Sjef van den Hoof surft u naar www.karperwereld.nl.

Karpervissen voor de fame, het verliezen van de essentie. Wat ik daarvan vind? Tja, met een duidelijke No Fame baseline die we van dag 1 met Monkey Climber zeilen, is dat meteen duidelijk dacht ik zo. Al zullen criticasters en groene monstertjes links en rechts en vooral achter hun toetsenbord dat wel afdoen als een slinkse marketingzet…

Eerst en vooral: tonnen respect voor (B)roderick Langeveld, degene die met deze Brollywood rotary op de proppen kwam. Moet u zich voorstellen: tot voor kort had Rodie álles wat velen in dit wereldje ambiëren. Dikke bakken, een goed profiel, artikels in de blaadjes én… tal van sponsors die hem bergen materiaal toestu(urd)en. Grif toegegeven, dit is natuurlijk sterk overdreven, maar helaas wel realiteit van hoe velen het zien, of opkijken naar iemand met een beetje ‘naam’. Om dan zelf alles zomaar overboord te gooien en die weldoeners vaarwel te zeggen zoals Roderick gedaan heeft, bewijst volgens mij enkel maar dat hij het karperhart op de goede plaats heeft. En ook dat hij over een stevig stel ballen beschikt. Tot dusver deze bromance, want ik ken de brave jongen trouwens maar even goed of slecht als u en sprak ‘m hoogstens een handvol keer. Wel maakten hij en z’n makker Ronald een top sfeerartikel over een Zuid-Afrikaans avontuur voor onze laatst verschenen editie MC#6, een ware aanrader!

Wat is dé essentie dan? Voor mij zijn dat sfeer, de beleving en de vele vriendschappen, en als ik onderweg een karper of twee kan vangen is dat mooi meegenomen. De eerste drie staan los van het laatste, maar dat laatste staat niet los van die eerste als u begrijpt wat ik bedoel. Voor u, beste lezer, ligt dat misschien helemaal anders en wie ben ik om te zeggen of dat nu goed of slecht is. Alleen… als je niet kan genieten, waarom doe je het dan? Als u ooit dood bent, ligt niemand wakker van welke vissen u gevangen heeft en van wie of wat u wel niet bent. Hier rust Korneel Karperjutter, 196 scenepoints met 39 fortys… De aandachtige lezer leest het goed: het zijn er inderdaad 5 per veertiger en niet 4 of 6 zoals er vele snodaards de boel willen bedoezelen. Voorgaande geldt trouwens niet alleen voor dit kleine wereldje, maar – bij uitbreiding – evenzeer in de grote buitenwereld voor zij die verder kunnen kijken dan hun ‘karperkleppen’ (thx voor deze laatste, Luc C.).

Sfeer en beleving zijn sowieso de drijfveren waarom we in 2010 Monkey Climber magazine zijn opgestart. Om die schijnbaar verloren essentie terug meer op de voorgrond te plaatsen, en dit zonder te prediken. Not here to judge, maar een frisse, positieve boodschap binnen de scene laten waaien. Want, als je houdt van wat je doet, dan kan je dat enkel maar bejubelen, toch!? Precies daarom ga ik deze bijdrage ook niet afsluiten met een hoop gezanik over right or wrong.

‘Die Gio, wat is die naïef man.’ Kan zijn, maar toevallig lag ik net een reactie van SKP-man Filip op een post van VBK-voorzitter Mark Hoedemakers: ‘Of in 1995 álles dan zo schitterend was!?’ Wel, grif toegegeven, die huidige old school hang naar vroeger-was-alles-beter waar wij ongetwijfeld met MC een hand in hebben gehad was ook niet alles. Midden jaren ’90 waren er ook al pijnpunten, voor- en tegenstanders van betaalwaters, enduro’s en lensdrukken. En aan de waterkant waren er toen ook al aanvaringen zat. De topics liggen nu misschien anders – dat shinen is zeker géén nieuwtje hoor, wel de manier waarop door sociale media e.d. – maar in realiteit is er niets veranderd. Behalve dan dat er een PAK meer karpervissers zijn als toen en de verschillen dus vaak nog mijlenverder uit elkaar liggen dan ooit. En als ik dan toch een goedbedoelde tip aan die hedendaagse superheroes mag meegeven: The harder they come, the harder they fall!

Keep the Faith,

Gio

This is Nowhere, pt. I

De bel gaat en voor één keertje ben ik bijna even snel buiten als mijn leerlingen, mijn handen nog steeds volledig onder de verf en mijn kop gonzend van een ganse dag lesgeven. Ik had echter een afspraak met de vrijheid, míjn vrijheid, en ik kon niet wachten. De planning was strak: maar liefst anderhalf uur had ik nodig om langs overvolle wegen thuis te raken, daarna moest ik nog de bestelwagen vullen want daar was ik afgelopen avond niet aan toegekomen, mijn aas uit de diepvriezer niet vergeten, om vervolgens naar Southampton te tuffen om Meeky op te pikken. Daar ook weer zijn materiaal erin duwen en ons over de helse M25 worstelen om op tijd in Folkestone te raken aangezien ik in al mijn enthousiasme weer eens de vroegst mogelijke oversteek had geboekt. Zoals steeds, hadden we ook nu weer in de voorafgaande weken in alle geuren en kleuren gefantaseerd over deze moordsessie. Dit terwijl we de uren doodden op ons syndicaatwater in een vergeefse poging om ook maar één beet te krijgen. Uitgeblust en doodverveeld van het telkens maar op dezelfde stekken uit te zitten. Van het alsmaar diezelfde spots te bevissen. Het was allemaal een beetje ál te voorspelbaar geworden. De buzz was er al een tijdje niet meer, hoe hard ik die ook probeerde te vinden, of hoe hard ik er probeerde tegen te vechten. Omdat mijn vistijd de laatste jaren alsmaar schaarser is geworden, voel ik er steeds minder voor om het gewoon uit te gaan zitten. De zin om grote, donkere jongens te vangen daarentegen was niet in het minst geslinkt, maar wat ik daarvoor onderweg moet opofferen of zien te dulden, neen dank je… Rust en avontuur zoeken en vinden is tegenwoordig een grotere prioriteit voor me, veeleer dan weer de zoveelste overbekende targetvis van het lijstje schrappen. Verder kijken dan je neus lang is, dat is wat ik onder impuls van de belevenissen van mijn makkers Nick, Fuzzy en Trev tracht te doen. Zij schuwen er niet voor om gewoon voor vier nachtjes op misschien wel vijf waters te vissen en daarbij zo maar eventjes makkelijk 2.500 kilometer af te leggen. Eindeloos grauwe kanalen trotseren ze, met tussen hun compromisloze parallelle betonnen oevers misschien maar enkele getekende stokoude giganten. Mijlenlange geïndustrialiseerde rivieren, rookspuwende bedrijven en ellenlange Hollandse vrachtschepen. Warmwaterspots, loden van 400 gram, kristalhelderde Alpijnse puurheid, intieme parkwaters… Indianenverhalen, onsamenhangende geruchten en doodlopende sporen. Alles en overal, en toch ook weer niets en nergens.

Hoewel hun trips niet altijd zakken vol biggen opleveren, vervelen hun verhalen nooit ofte nimmer. Over de plas vissen heeft in Engeland altijd al een beetje een stigma gekend, alsof Europese karpers op de een of andere manier minder waard zijn dan onze ‘eigen’ Engelse vissen. Een beeld dat mede aangescherpt werd door de zwakke en eenzijdige media. Behalve de megaslachtpartijen op Cassiën en Rainbow en, in een ver verleden, toen Orient en Du Der naar buiten werden gebracht, krijg je in de Engelse bladen niks anders dan betaalwaters vol bleke, vaak gestolen karpers te zien. En net dat is waarom vissen in Europa hier vaak aan een scheefgegroeide pretparkrealiteit doet denken. De harde, trieste waarheid is echter dat er heel wat ooit schitterende en maagdelijke openbare putten en rivieren nu haast leeggeroofd zijn, dit vaak door georganiseerde ‘teams’ die deze instant visserijen voor luie Engelse vakantievissers moeten voeden. De schoonste en wildste karpers weggetrokken uit de wildernis, uit hun omgevingen waar druk ongekend is, om respectloos gedumpt te worden op betaalwaters en daar de makkelijke prooien te worden van zij die nood hebben aan een even makkelijke trofee en bereid zijn daarvoor grof geld te betalen.

Ik moet grif toegeven: voor ik enkele jaren terug met mannen als Luc De Baets en Geert Ooms aan de praat raakte, beiden erg onderlegd en ervaren als het op het Europese gebeuren aankomt, was ik beschamend genoeg niet op de hoogte in welke mate rivieren en ander openbaar water gepiratiseerd zijn om deze betaalvakantievisserij in stand te houden. Als Engelse visser op het vasteland voel ik me diep intriest en beschaamd voor het feit dat wij grotendeels verantwoordelijk zijn voor wat hier gebeurd is. Vandaar ook de titel van deze blogreeks en waarom ik ook echt heel voorzichtig ben met eender welk detail over waar we allemaal gevist hebben. Niet zozeer omdat het geheim is, we hebben ook het nieuwe paradijs niet gevonden. Er is zelfs nog zoveel meer te ontdekken en er zwemmen nog dikkere vissen in de buurt van waar we nu geweest zijn, maar puur uit respect voor de locals die hier jarenlang reeds relatief op hun dooie gemak hun ding kunnen doen en ons toch met open armen ontvangen hebben, ons tips en advies gegeven hebben en ons vaak in de juiste richting gewezen hebben. Meer dan één vriendelijk gezicht die ons op een koude avond gezelschap heeft gehouden, maar ook jongens die zeker niet zitten te wachten op bussen Engelsen aan hun deur op zoek naar een nirvana dat eigenlijk niet bestaat.

Ik had ooit al eens op het bekende Kempisch Kanaal gevist, maar het was pas toen we een last minute trip met Gio bespraken dat we deze shit echt werd. Een gat in de nacht was het toen we Gio’s grijze kasseistraatje in Oostende binnenreden. De slaapsuffe Belg liet ons binnen en verwelkomde ons in zijn woonkamer waar we de nacht zouden doorbrengen in onze bedchairs en met Gio’s katten. Eentje had precies een zwak voor Meeky’s slaapzak, ik verkneukelde me er enorm om. De volgende morgen, na een rondrit langs enkele lokale putten en kanalen deden we de volgende vier dagen niets anders dan winkels zoeken die ofwel melk, of frietjes met mayo verkochten… en onderweg vingen we nog een paar knappe vissen ook. We visten onder de straatlichten van een groot parkwater, op een moeraseilandje in een intiem reservaatje boordevol obstakels, en vanuit onze bestelwagen langs de weg naast een historisch oud stukje kanaal. Die vier dagen bleken achteraf gezien meer avontuur dan het overgrote deel van afgelopen seizoen thuis was geweest! Ik was verk(n)ocht. Hoewel we enkele duwtjes in de juiste richting hadden gekregen, toch wisten we nog steeds heel erg weinig en net dat was het beste deel van het verhaal. Het feit dat we niet wisten welke spots goed waren, wie nu de beste visser was, of wat er precies rondzwom op de plekken waar we gevist hadden. Alles was vers en nieuw en plots leefde mijn visserij herop. Tot dan toe had ik me gewoonweg nog niet gerealiseerd hoe doods het geworden was.

We keerden die novembermaand terug met een compleet natte zooi van een intense nacht op het reservaatje. Het was er erg ruw en rauw geweest en we waren doordrongen van een koude die ons op het moeraseiland bekropen had, maar Gio’s staalgrijze middertigponds volschub en mijn vangst van een eikenbruine puzzelschub zaten nog vers in ons geheugen. Het enige waar we het op de terugweg nog over hadden, was over meer trips zodra de winter voorbij zou zijn. Jammer genoeg was het dat volgende voorjaar nog steeds erg koud, met bijtende oostenwind. Onze vroege trip in maart was dan ook tevergeefs. Het parkwater zag er al even doods uit als een zak vol verdronken koeten, en hetzelfde was ook het geval op het kanaal waar we het meeste van onze tijd doorbrachten, lekker warm ingepakt stevige maaltijden vanuit de achterkant van mijn bestelwagen bereiden. De motor draaiende, muziekje op en de tijd aan het doden met verhalen, schunnigheden en de hang naar betere dagen. Gelukkig was het gezelschap opperbest: Meeky en Beadle gaan nooit vervelen en hun halfslachtige pogingen om omstreeks 3u op een ijskoude morgen na een dialezing waarbij de Duvel rijkelijk vloeide de hengels te water te krijgen was gewoonweg onbeschrijfelijk. Te weten dat we om 9u alweer onderweg moesten zijn om onze oversteek te halen. Gelukkig redde Gio ons die morgen bij het eerste licht met een grote zak boterkoeken en na wat sandwiches met hesp en thee waren we terug op de wereld, of vaagweg ergens toch.

Tegen dat het augustus was, bruisten we van verlangen. Zeker dat er meer van die knoestige, chocoladebruine jongens op ons wachtten. Uitwerpen zou een academisch kunstje moeten worden. Het plan was immers om in het donker te arriveren, om twee uur ‘s nachts als het verkeer niet te druk was en ik niet in slaap zou vallen. Bij aankomst besloten we in het park rond te wandelen, op zoek naar springende vissen, daarna een paar choddies uitwerpen, wat slaap pakken, om gewaakt te worden door een visje of twee on the end… Het leek simpel. Nog voor we de straten van Southampton uit waren hadden we het al over zakken vol grote, zwaarbeschubde mastodonten naast elkaar, wachtend op hun fotosessie… Een mens mag toch hopen en dromen, en we waren nog het meest van al opgewonden door het feit dat we opnieuw enkele dagen naar onbekend terrein gingen. De realiteit? Na mijn vroege start om 6u op het werk en na 22u wakker te zijn, kon ik haast mijn ogen niet meer open houden toen we arriveerden in de met graffiti besproeide, ietwat sketchy aandoende parking die duidelijk gebruikt werd voor dubieuzere activiteiten dan wat het stadsbestuur er voor ogen mee had. Ik zette de motor af en we stapten de bedompte nacht in. In de verte hoorden we stemmen en luid gelach. Dit park is berucht voor praktijken die het daglichten niet mogen zien, we waren op onze hoede. Al snel werd duidelijk dat we ons eigenlijk geen zorgen hoefden te maken. Een minuut of vijftien zaten we te luisteren naar dronkenmanspraat en –gelach, naar het getier van een groepje skinny dipping meiden, die van de dam sprongen om in de inktzwarte duisternis te verdwijnen… Jammer dat de straatlichten toen net niet sterk genoeg waren.

Twee rondjes om het parkwater en nog eens drie raaskallende groepjes feestneuzen verder hadden we nog steeds geen enkel idee waar de karpers zich schuilhielden Het glasvlakke, kalme sop wilde maar niets prijsgeven en uiteindelijk nam de vermoeidheid het over van de vurige wens om er eentje te vangen. Onze bedchairs kwamen dus verstopt op een miniem spotje te staan om een paar uurtjes een uiltje te kunnen knappen. Spijtig dat geen van ons beiden muggenmelk had meegebracht want we ontwaakten met ontstoken oogleden. Erger nog, ik zag eruit als een puber vol puistjes en zelfs handsome Dave zag er voor een keertje niet meer zo best uit.

Gedurende de twee volgende nachten kregen we allerhande midzomerse parkpraktijken te verduren: Meeky brak een hengel, twee pedalootjes bestuurd door dronken gasten crashten recht op onze stek en bijna hadden we zodoende nog meer onbruikbaar carbon, ik haakte ei zo na een zwemmer van het ondiepe plateau waarop ik zat te vissen, zich niet bewust van de maat 5 Chodda die paraat stond om ‘m in zijn enkel te prikken, een snoekvisser pikte mijn lijnen op, een bende van wel twintig kanoërs peddelde helemaal vrolijk zomaar door al onze lijnen, waarbij we bijna een nietsvermoedende twaalfjarige onthoofdden. Verder hadden we enkele incidentjes met honden en een groepje wielrenners was ook van de partij. ‘s Nachts kregen we met nog meer groepjes dronkaards en andere vreemde figuren af te rekenen dus veel slaap viel er niet te rapen. Maar hoewel het deze keer niet rustig was, die buzz was er wel weer!

Door alle chaos heen wisten we er gelukkig een paar te vangen. Geen massieve beesten, maar stuk voor stuk mooie chocolaatjes. Na twee nachtjes zonder slaap besloten we er de brui aan te geven en nieuwe oorden op te zoeken, meerbepaald een stukje kanaal waarover we getipt waren. Als rust en stilte hetgeen waren wat we zochten, dan konden we door Gio op geen slechtere stek neergepoot zijn.

Gaz

Lest we forget

Steve Neville had zowaar een tommy geweest kunnen zijn. Z’n gesputter in de ijle nacht daar in niemandsland gaat door merg en been. Den Duits legt hem het zwijgen op. Z’n blauwe ledlampje als vuurbaken boven het slagveld voor eeuwig gedoofd. Max, zo heet de Pruis. Niet Lange Max, maar eine Junge zoals er hier honderd jaar geleden tijdens de Groote Oorlog zovele minder fortuinlijk waren.

Want onze Max, die beslecht exact op de honderdste verjaardag van de start van de Duitse inval in België het gevecht met een karper ergens diep in de West-Vlaanders in zijn voordeel. Dat precies die karper enkele dagen voordien gevangen was door een Engels syndicaatlid maakt het des te frappanter, maar ook weer mooier…

They shall grow not old, as we that are left grow old.

Age shall not weary them, nor the years condemn.

At the going down of the sun and in the morning,

We will remember them.

 

MC Crew

#tailoffriendship