All posts in “Gallery”

Chopping down the cornfields

On a warm September evening, I was having a cold one with my Dad in the backyard. He looked at the farmers on the cornfields behind his yard – who were busy harvesting the corn. “It’s always a sad thing to see,” he said. When I asked him why, the answer was simple. To him it signalled the end of the Summer and beginning of Autumn.

Although I understood, I couldn’t help thinking that for a carp angler, that change in the seasons, isn’t such a bad thing. The change reminded me of her – a mirror with big beautiful golden plates down her sides. Like someone had decorated her with golden leaves. I’ve watched her a few times this Summer. She looked bored, underweight, a little unkempt. It was then I made the plan to try and catch her in Autumn, when she was bulking up for Winter and wearing her most beautiful colours.

The first week of October I planned a double feeding session so I could give it a try on the Friday after work. Unfortunately, the pressure at work was relentless, and time simply wouldn’t allow me to prebait the swim even once! I simply had to fish on Friday, though, so I approached a mate to see if he would take on the baiting responsibilities – he was delighted to help. And I still owe him to this day! That is what it is all about for me, sharing your passion and helping each other out. Not only focussing on the target, but enjoying the journey with your mates along the way.

After dragging myself through a 60 hour working week, I could finally race to the waterside. Preparing my rods in a record time, I carefully placed them around the prebaited area. After setting up camp, I could at last sit back with a nice cold beer and do nothing. It made a nice change!

Well, at least I thought I could do nothing. Within the hour, my right hand rod raced off leaving me spilling my beer, grasping for my rod. After a short struggle to keep the fish out of the snags, I soon had a stunning mirror in the net, with big golden plates on her side! I couldn’t believe it, but it really was her! After a few crazy weeks of work, it felt like a gift from God!

It was on my mind all Summer and in my net after an hour of fishing. I was over the moon! After putting the fish in the retainer, the first call was to my friend who had prebaited my swim – I could’t thank him enough!!

Sitting on my bedchair in the early morning enjoying a cup of coffee and a cigarette, I stared at the surface of the water, thinking about another night, another carp in the sling, and waiting for the world to wake up. But that’s a story for another time. It’s gonna’ be a good Autumn!

Cheers, tight lines everyone!

Mark Rinsema

This is Nowhere, pt. II

Tussen het kanaal en de megadrukke baan zat hoogstens anderhalve meter en iedere keer er een truck voorbijkwam duwde het voorbijgeraas onze lichte brollies gewoon plat! Het was precies of we waren langs de M3 aan het vissen, niet normaal… Zover onze ogen konden zien, zowel links als rechts, was er niets anders dan mijlenlang kanaal. Een geïndustrialiseerde, betonnen bak. Yates zou het niet beter verzonnen kunnen hebben. De perfecte karperstek, ow yeah!

Het was reeds middernacht toen alles opgezet was. We visten beiden met slechts een hengel en tegen tien uur de volgende morgen hadden we zo’n vijftien aanbeten gehad. Om eerlijk te zijn, we waren de tel verloren. Hoeft het gezegd dat we die ochtend doodop waren? Als het de trucks niet waren die ons uit onze slaap hielden, dan waren we druk in de weer om boze kanaalkarpers van vijf voet hoog in het net te proberen loodsen. Een kruisnet ware hier handiger geweest… De visserij kon hier niet simpeler zijn: al wat we hoefden te doen was onze rigs een voet uit de kant laten afzakken, gevolgd door een handvol vismeelknikkers. De beten kwamen binnen de vijftien minuten, heel af en toe maximum een uur, maar komen deden ze. Net voor we inpakten kwam een man die van kop tot teen in witte labokledij getooid was op ons af om een waterstaal te nemen met vrij indrukwekkende science fiction apparatuur, dit recht op de plek waar Meeky’s haakaas gepositioneerd was. Hij gaf ons een blik alsof wij de rare snuiters waren, om daarna terug te keren naar de allesbehalve vriendelijk ogende fabriek aan de andere kant van de weg. De rest van de dag in temperaturen van 28 graden spenderen op een plek die beter als vluchtstrook had gediend, was noch Meeky’s noch mijn idee. Kort daarna pakten we weer in, om opnieuw vaart te zetten naar een plekje waar het volgens intimi een pak rustiger zou zijn. En ook met veel minder beton.

Na een paar uurtjes rondrijden, op zoek naar een laan zonder naam met onze gps als Google Earth substituut op zoek naar de kleine blauwe stipjes, vonden we uiteindelijk de putten. Nog ’s dertig minuten wandelen en klauteren later vonden we dat blauw waar wij op zoek naar waren. Alsof die tocht nog niet eens genoeg was, was er ook tijdsdruk. De oranje gloed van de zon was al te zien, zwermen vliegen en muggen begonnen de kalme augustuslucht te vullen en we wisten dat het licht snel zou uitgaan. We hadden al vier nachten nog niet echt kunnen slapen, en verteerd door de muggen begonnen onze zweterige, hongerige en uitgedroogde lichamen op ons humeur te werken. Maar toen er eentje recht voor ons boeggolfde in het obstakelhoekje waar we op de uitkijk stonden, waren we er terug met onze hoofden bij.

We baanden ons een weg terug naar onze van, en alsof we nog maar net fris aangekomen waren, gooiden we de twee karrenvrachten gestroomlijnde uitrustingen op een enkele barrow en togen over het bruggetje des doods de bossen in, richting het weggemoffelde hoekje waar de reuzen verbleven… of dat hoopten we toch. Dertig minuten later waren we er, de armen verzuurd, de benen brandend. Maar we waren er. Al was het maar om ons meer hoop te geven, en ons nog maar een beetje te doen spoeden; opnieuw crashte er een vis, nu iets dieper in het hoekje. Meeky knoopte enkele kakelvese choddies met olierijke rooie popups en flikkerde ze zo goed als recht midden in de golven die de rollende vis veroorzaakt had. Ik viste vanuit een klein gaatje iets meer naar rechts toe, met een enkele hengel tegen een echt obstakelbosje in de kant, met daarop twintig rode vismeelknikkers in zalmolie. Wist ik nu maar waar mijn schepnet was, maar met Meeky op nog geen drie meter van me kon er geen probleem zijn. En om eerlijk te zijn: we waren zo laat gearriveerd,  hadden alles in een rush opgezet en met zo’n slok water voor onze neuzen leek de kans op een beet vrij verwaarloosbaar. Het enige dat we eigenlijk wilden was wat slaap inhalen. Zodra de zon achter de horizon verdwenen was, en na enkele theetjes, lagen we te knorren.

Het volgende dat ik me herinner is dat ik wakker werd van een rode led en het geluid van lijn die van een potdichte slip getrokken werd, dat het haalde bovenop het geluid van mijn muffled ATTX ontvanger die ik bewust stil gezet had. Bij de eerste run pakte de vis meteen een meter of vijfentwintig en ik schreeuwde zo luid ik kon om Meeky. Niks.

 “Meeeeeeeeeeek, Meeeeeeeek, Meeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeekyyyyyyyyy!!!!!!”

Niks. Nieuwe poging. Zelfde verhaal. De arme ziel, uitgeteld, dood voor de rest van de wereld. Ondertussen won ik lijn en, zonder net, was ik mijn opties aan het overwegen. Nee, er waren er geen, behalve dan de vis met de hand landen en ‘m op mijn bedchair en slaapzak leggen. Ik zag mijn kansen zienderogen slinken. Nog tien meter uit de kant kwam hij aan het oppervlak, van link naar rechts ploegend. Het was nu of nooit en zodra hij draaide en weer lijn begon te pakken, zette ik de slip minder vast en plaatste de hengel opnieuw in de steunen. Op goed geluk. Strompelend door het struikgewas tussen onze stekken ontwaakte Meek uiteindelijk al roepend en tierend, in de waan dat iemand zijn materiaal aan het pikken was. Ik pakte zonder twijfelen zijn net beet en zette het op een lopen in de duisternis. Uiteraard stomweg met het net voorop, dat al meteen kwam vast te zitten in een boom. Ik kon mijn spoel nog steeds horen tikken en het ledlampje bleef schijnen, de vis zat er dus nog steeds aan. Om een lang verhaal kort te maken: de vis loste de haak uiteindelijk vlak voor het net… Ik had ‘m nochtans uit een wierbed weten te halen, over het obstakel waar ik ‘m in eerste instantie haakte, de lijn daarbij hevig schurend en juist toen hij voor het net wat ploeterde viel de haak eruit. Ik voelde me verslagen en de oververmoeidheid deed er niet veel goeds aan. Het voelde ook nog eens een beste vis en we wisten dat hier gewoon erg knappe karpers rondzwommen. Op de een of andere manier voelde het gewoon onterecht om die vis op zo’n lullige manier te verspelen.

Wanneer Meeky er bij het ochtendgloren ook een loste zag het ernaar uit dat ons geluk op was. Maar ontwaken in the middle of nowhere, omgeven door bos en oude bomen was wel een meer dan mooie beloning voor onze inspanningen. Karper of geen karper. Die morgen konden we bij een kopje thee wel lachen om de nachtelijke gebeurtenissen, en nadat we eindelijk wat slaap hadden gehad, voelden we ons opnieuw wat meer mens.

Die dag leek niet te eindigen: te warm en kleverig, maar ook opvallend stil. Hoewel we wat rondneusden, waren we niet zinnens om ons materiaal lang alleen te laten. In deze regio waren diefstallen bij vissers schering en inslag en we wisten niet eens zeker of we wel mochten vissen waar we verstopt zaten. Ons zo gedeisd als mogelijk houden was dus de boodschap wilden we de volgende nacht opnieuw kans maken op een paar beten in ons hoekje. Om drie uur ‘s nachts had ik er eentje in de zak. De haak had deze keer gelukkig wel zijn werk gedaan en een lederachtige spiegel waarvan de vinnen precies gesmolten waren en de huid als schuurpapier aanvoelde lag niet veel later in de kant te wachten op het eerste ochtendlicht.

De rest van de nacht bleef het verdacht stil bij ons beiden, op een paar lijnzwemmers na. We moesten vroeg weg zijn om de crossing te halen en tegen 7u stonden we gereed om te vertrekken. Nog een laatste blik en klik in het zachtgefilterde ochtendlicht en de spiegel kon terug alvorens wij opnieuw onze doemtocht aanvatten, over het bruggetje des doods naar onze van. Zoals we nu al gewend waren, kwamen we opnieuw doornat van het zweet aan. Deze keer echter wachtte een zes uur durende terugrit op ons, in een auto zonder airco, shite! Bij het inladen kwamen we een kopie van Front magazine tegen, met ezelsoren ondertussen, en gaven deze aan een ouwe jongen die naast ons geparkeerd stond. Zijn ogen schitterden en na een goede discussie in gebroken Engels over schaargeklede meiden met tattoeages zetten we zeil richting UK.

Eens te meer werd die terugrit gekenmerkt door nog meer plannen, trips en avontuur. Hoewel geen van ons beiden reeds een thirty op de mat had gehad, was het voor elk van ons de meest vermakelijke en spannende visserij in tijden geweest. En hoewel we het topje van de ijsberg zelfs nog lang niet hadden gezien, waren we ons bewust van de mogelijkheden die voor ons lagen. Het potentieel was gewoon overweldigend. Geen wonder dat gasten als Fuzzy geen greintje zin hadden om het bij ons thuis nog uit te zitten.

In december stonden we er terug, ook al was de helft dichtgevroren. Ik was erin geslaagd mijn ontvanger thuis te laten liggen, het begin van een heel onorthodoxe trip eigenlijk. Ik had even met het idee gespeeld om een stuk nylon tussen mijn lijn en Meeky’s hangers te knopen, maar bedacht me uiteindelijk. De kans op een beet op een deels bevroren put midden in de nacht was toch erg miniem. Al kreeg ik wel een lijnzwemmer, dat was zowat het hoogtepunt. De volgende lente zouden we opnieuw komen en het kon niet snel genoeg zijn.

 

April. Ik begon het gevoel al redelijk gewend te raken; nogmaals sloeg mijn hoofd op hol van de duizeligmakende effecten van vermoeidheid na acht uur lesgeven, zes uur rijden en zo goed als vierentwintig uur zonder slaap. Het was al bijna vier uur in de morgen wanneer we arriveerden op de parkeerplek. Konijnen zetten het langs alle kanten op een lopen en zodra ik de lichten doofde en de motor afzette, was het weer kalm op de wereld. Of toch voor even. Het was die bewuste aprilmaand al uitzonderlijk warm geweest voor de tijd van het jaar en alhoewel het nog zo vroeg was vulde de warme, drukkende lucht mijn neusgaten terwijl ik de benen strekte. Ongelooflijk maar waar, maar alvorens we ook maar iets tegen elkaar gezegd hadden, hoorden we de onmiskenbare echo van een gigant die in de verte, ver weg tussen de bomen door, gesprongen had. Ik keek naar Benji met een brede grijns op mijn gezicht. “Told you.” We bleven nog een paar minuten aan de grond genageld staan, maar er volgende niets meer.

We trotseerden de duisternis, in de hoop er nog een paar te horen, ons snel te kunnen opzetten en een paar uur slaap te vatten met de hengels te water. Maar ondertussen wisten we al dat beslissingen nemen zwaar kut is als je te maken hebt met een nijpend slaaptekort. Na twee uur ronddolen in de duisternis tot we de silhouetten van de bomen reeds konden ontwaren, waren we nog niets wijzer geworden. Geen enkele vis meer, ondanks het vroege sein dat we gekregen hadden. We wisten dat enkel sterke koffie, met bakken, de enige optie was om de komende uren door te komen aangezien we nu geen enkele kans wilden missen om vissen bij eerste licht te zien rollen. Dan maar opnieuw naar de van achter ons materiaal, daarna terug de lange tocht naar het water, waarop we ons op een klein schiereiland op onze bedden neerploften. Geen andere vissers in de buurt, enkel twee kleine Engelsen, helemaal alleen in het midden van nergens. Het was rond halfnegen toen we pas de eerste vis zagen, kort daarna gevolgd door nog een en nog een… De bedden werden opgevouwen en op de kar gegooid. Op naar een volgend avontuur.

Gaz

 

The harder they fall

Voor de KWO rotary met als titel ‘Brollywood’ schreef onze editor volgende bijdrage, we wilden hem u alvast hier niet onthouden. Voor de volledige Rotary met de bijdragen van Roderick Langeveld en Sjef van den Hoof surft u naar www.karperwereld.nl.

Karpervissen voor de fame, het verliezen van de essentie. Wat ik daarvan vind? Tja, met een duidelijke No Fame baseline die we van dag 1 met Monkey Climber zeilen, is dat meteen duidelijk dacht ik zo. Al zullen criticasters en groene monstertjes links en rechts en vooral achter hun toetsenbord dat wel afdoen als een slinkse marketingzet…

Eerst en vooral: tonnen respect voor (B)roderick Langeveld, degene die met deze Brollywood rotary op de proppen kwam. Moet u zich voorstellen: tot voor kort had Rodie álles wat velen in dit wereldje ambiëren. Dikke bakken, een goed profiel, artikels in de blaadjes én… tal van sponsors die hem bergen materiaal toestu(urd)en. Grif toegegeven, dit is natuurlijk sterk overdreven, maar helaas wel realiteit van hoe velen het zien, of opkijken naar iemand met een beetje ‘naam’. Om dan zelf alles zomaar overboord te gooien en die weldoeners vaarwel te zeggen zoals Roderick gedaan heeft, bewijst volgens mij enkel maar dat hij het karperhart op de goede plaats heeft. En ook dat hij over een stevig stel ballen beschikt. Tot dusver deze bromance, want ik ken de brave jongen trouwens maar even goed of slecht als u en sprak ‘m hoogstens een handvol keer. Wel maakten hij en z’n makker Ronald een top sfeerartikel over een Zuid-Afrikaans avontuur voor onze laatst verschenen editie MC#6, een ware aanrader!

Wat is dé essentie dan? Voor mij zijn dat sfeer, de beleving en de vele vriendschappen, en als ik onderweg een karper of twee kan vangen is dat mooi meegenomen. De eerste drie staan los van het laatste, maar dat laatste staat niet los van die eerste als u begrijpt wat ik bedoel. Voor u, beste lezer, ligt dat misschien helemaal anders en wie ben ik om te zeggen of dat nu goed of slecht is. Alleen… als je niet kan genieten, waarom doe je het dan? Als u ooit dood bent, ligt niemand wakker van welke vissen u gevangen heeft en van wie of wat u wel niet bent. Hier rust Korneel Karperjutter, 196 scenepoints met 39 fortys… De aandachtige lezer leest het goed: het zijn er inderdaad 5 per veertiger en niet 4 of 6 zoals er vele snodaards de boel willen bedoezelen. Voorgaande geldt trouwens niet alleen voor dit kleine wereldje, maar – bij uitbreiding – evenzeer in de grote buitenwereld voor zij die verder kunnen kijken dan hun ‘karperkleppen’ (thx voor deze laatste, Luc C.).

Sfeer en beleving zijn sowieso de drijfveren waarom we in 2010 Monkey Climber magazine zijn opgestart. Om die schijnbaar verloren essentie terug meer op de voorgrond te plaatsen, en dit zonder te prediken. Not here to judge, maar een frisse, positieve boodschap binnen de scene laten waaien. Want, als je houdt van wat je doet, dan kan je dat enkel maar bejubelen, toch!? Precies daarom ga ik deze bijdrage ook niet afsluiten met een hoop gezanik over right or wrong.

‘Die Gio, wat is die naïef man.’ Kan zijn, maar toevallig lag ik net een reactie van SKP-man Filip op een post van VBK-voorzitter Mark Hoedemakers: ‘Of in 1995 álles dan zo schitterend was!?’ Wel, grif toegegeven, die huidige old school hang naar vroeger-was-alles-beter waar wij ongetwijfeld met MC een hand in hebben gehad was ook niet alles. Midden jaren ’90 waren er ook al pijnpunten, voor- en tegenstanders van betaalwaters, enduro’s en lensdrukken. En aan de waterkant waren er toen ook al aanvaringen zat. De topics liggen nu misschien anders – dat shinen is zeker géén nieuwtje hoor, wel de manier waarop door sociale media e.d. – maar in realiteit is er niets veranderd. Behalve dan dat er een PAK meer karpervissers zijn als toen en de verschillen dus vaak nog mijlenverder uit elkaar liggen dan ooit. En als ik dan toch een goedbedoelde tip aan die hedendaagse superheroes mag meegeven: The harder they come, the harder they fall!

Keep the Faith,

Gio

Lest we forget

Steve Neville had zowaar een tommy geweest kunnen zijn. Z’n gesputter in de ijle nacht daar in niemandsland gaat door merg en been. Den Duits legt hem het zwijgen op. Z’n blauwe ledlampje als vuurbaken boven het slagveld voor eeuwig gedoofd. Max, zo heet de Pruis. Niet Lange Max, maar eine Junge zoals er hier honderd jaar geleden tijdens de Groote Oorlog zovele minder fortuinlijk waren.

Want onze Max, die beslecht exact op de honderdste verjaardag van de start van de Duitse inval in België het gevecht met een karper ergens diep in de West-Vlaanders in zijn voordeel. Dat precies die karper enkele dagen voordien gevangen was door een Engels syndicaatlid maakt het des te frappanter, maar ook weer mooier…

They shall grow not old, as we that are left grow old.

Age shall not weary them, nor the years condemn.

At the going down of the sun and in the morning,

We will remember them.

 

MC Crew

#tailoffriendship

Freedom

Freedom is something that needs to be fed every day. It is an ever-lasting escape from obligations and requires the simple bravery of just letting go. Freedom comes with stepping out of the pleasant state of control. Although control is what makes you feel “safe” during your everyday life, it is beyond your control when you experience the unforeseeable that may pull you into a beautiful stream of magic.

It is now five months that we aimed to escape from everyday duties and limitations. An adventure started that pulsates, pushing us back and forth between the world of society and nature. In this trip, fishing is the medium to realize that you cannot foresee anything. However, with believing in your knowledge and reading the signs of perception you may come to a state of mind that allows you retrospectively to feel that you followed a certain chain of reaction that resulted in a gift that you deserved.

Your mind can create anything. Be aware of it as your mind can easily become bored. There is no constant high or down. As long as you can let go there will always be surprise. This is what we are after. We have to remind ourselves every day not to limit us with trying to give our trip a meaning. No one said that it is easy to be free. It is a long process that starts after you lost your liberty in your childhood and ends when you reach contentedness; at least temporarily.

Peace

Alex and Caroline

Five months ago Alex and Caroline set off on an adventure only very few would ever dare to make. Leaving everything from their jobs to places to live behind, they embarked on a one year journey searching for carp all over Europe. Just two wonderful persons, one van, a bit of pocket money,… living their dream and enjoying what very few still can enjoy to the fullest these days: freedom! If you ever wondered what it would be like to live a full year on the bank, if they encounter any problems, what the future for them will bring, or if you have any specific questions – non sexist (!) – please mail them with the topic ‘Ask Alex’ to us on info@monkeyclimber.be and we’ll be doing a mini interview with the adventurous pair after selecting the best ten. 

In the meantime, follow Alex and Caroline on http://pinkheron.org 

Trip to Paradise

Mistflarden dansen over het water, dat er als een spiegel bijligt. Door het weiland vervolgt een groepje reeën rustig haar weg, zich van niets of niemand aantrekkend. Waarom zouden ze ook? Op mij na hebben ze dit prachtige gebied toch helemaal voor zichzelf. Met een mok verse koffie en een shaggie geniet ik intens van dit schouwspel der natuur. Het is vannacht stil gebleven, té stil. Maar eerlijk gezegd: het boeit me geen drol. Ik herinner er mezelf nogmaals aan waarom ik hier op dit water ben begonnen. Back to basics, weg van de drukte, weg van het aansluiten in de rij, en weg met die bepalende druk die er schijnbaar tegenwoordig heerst om het vangen van een dikke vis.  In 2013 liet ik de stadsputjes en circuitwateren in mijn buurt voor wat ze waren en besloot mijn heil elders te zoeken. Het was een stuk verder rijden, maar het  bleek een gouden zet, want naast de rust heersend – eigenlijk met grote H – aan dit water, vond ik er mijn drive terug!  Niet wetende wat het bestand was, vang ik onverwachts een Nederlandse veertiger! Als je iets loslaat en er niet meer zo krampachtig naar op zoek gaat, komt het vanzelf op je pad! Alex Kobler verwoordde het nog zo mooi in een van de vorige MC nummers.

Ik voel me bevoorrecht met elk moment dat ik mag doorbrengen in dit paradijsje. Het is zwoegen voor een vis hier, maar wat zijn ze het waard. Mits je het geduld kunt opbrengen. Vandaar dat ik het water ook met vrij weinig mensen hoef te delen. Het is vroeg in het jaar, de bomen zijn nog kaal, het gras nog dor en de natuur heeft nog een zetje nodig voor ze uit haar schulp kruipt. Na een eerste blank vorige week, besluit ik dit weekend toch opnieuw te gaan. Het weer is heerlijk, na mijn werk doe ik snel nog een paar boodschappen, en rijd daarna gelijk door naar het water. Ik beaas de hengels met flink gesoakte bollen, positioneer ze, en maak dan mijn kamp voor de nacht klaar. Als alles staat, bereid ik een fijne aardappelschotel. Welke karpervisser is er niet groot mee geworden? Omdat dit water bij mij vooral bekend staat als vroeg in de ochtend productief, ben ik dan ook flink verbaasd wanneer ik al na een half uur een aanbeet krijg. Vijf minuten later kan ik een mooie schub van een kilo of tien netten. Een paar foto’s met de zelfontspanner en hij mag weer zwemmen. Na het avondeten trek ik een biertje open, en geniet ik nog even na van deze onverwachte vangst, voordat ik de slaapzak in duik.

Rond middennacht slaat het weer om; regen en wind proberen tevergeefs mijn bivvy te slopen. Ik kan de slaap moeilijk vatten, en wanneer ik rond drie uur terug een run krijg , sta ik binnen de kortste keren met een kromme staak in mijn handen. Het water lijkt wel een binnenzee en ik krijg de vis maar moeilijk onder controle, toch wordt het gevecht zonder veel verdere problemen in mijn voordeel beslecht. In het licht van mijn koplampje zie ik dat het wederom kassa is. Een dikke massieve schub vult mijn schepnet. Ik maan mezelf aan tot kalmte, hang de vis rustig weg,  en stel daarna mijn vrienden op de hoogte van de vangst. Maatje Milan Wassink is nog wakker en reageert vrijwel meteen, hij besluit zijn sessie vroeg te beëindigen, om mijn bak op de foto te komen zetten. Nadien kom ik erachter dat hij honderd kilometer heeft gereden om mijn vis op de gevoelige plaat vast te leggen. Het mag gezegd worden: petje af en diep respect!

Mensen die hetzelfde hebben meegemaakt, zullen dit vast wel herkennen: na het vangen van zo’n vis, ben je al die twijfel en nachten blanken in een oogwenk vergeten. Als in een droom onderga ik het fotograferen van de vis, en de dagen erna beleef ik in een roes. Er valt nog genoeg te ontdekken aan dit water en ik ben hier dan ook nog lang niet klaar!! Cheers!!!

Mark Rinsema

Only the die hard remain…

Dat kleinere vissen soms de beste platen opleveren hebben we bij Monkey Climber al meerdere malen bewezen. Een van de leukste opmerkingen die we van een van onze lezers mochten ontvangen was dat je in onze magazines soms echt op zoek moet gaan naar de ‘biggen’. We weren ze in elk geval niet bewust, maar het zegt veel over onze fotokeuze en het type vissen dat ons onderbewustzijn blijkbaar apprecieert. Van Steven Baert, een van onze lezers die al langer meedraait en who’s seen it all, kregen we ook een hartverwarmende boodschap voor de scene.

Bak of Beauty. Het is iets waar de mannen achter Monkey Climber al jaren vóór het bestaan van het magazine over schreven. Vertoeft u aan het water met een gevoel van ontspannenheid en is het eender welke vis u mag landen, dan valt u waarschijnlijk onder de categorie beautyjager. Komt u eerder aan het water met een gevoel van verwachting – waar is Alexander Kobler als je ‘m nodig hebt (nvdr.: zie MC#3, De Kunst van het Wachten) – het plaatselijke bakbeest te vangen, dan bent u ongetwijfeld targetvisser.

Tot zover geen probleem. Maar durft u het ook daadwerkelijk aan om met een kleinere vis, al dan niet met een uitgesproken schoonheid, op de foto te gaan? Ja? Dan siert u dat (opr)écht! Al meerdere malen moest ik aan de waterkant tot mijn spijt vaststellen dat kleinere doch zeer mooie visjes, het respect niet kregen dat ze eigenlijk wel verdienden. Omdat de visser teleurgesteld was over het formaat. Omdat het maar ‘klein grut’ was. Zonder de vis ook maar één keer aandachtig te bekijken wordt deze zonder pardon teruggezet. Maar o wee, als zo’n schoonheid dan uiteindelijk toch durft uitgroeien tot een ware bak, dan wordt er wel gesproken van een vette beauty. En o ja, dan wordt er maar al te graag teruggevallen op vroeger en hoe de (target)visser in kwestie zijn doelwit al bewonderde toen deze nog little was.

Zelf vind ik kleine vissen enorm leuk. Om maar niet te zeggen ‘de max’. Door ze op de gevoelige plaat vast te leggen kan men in de toekomst exacter de leeftijd van de vissen bepalen. Mensen die zich nu herkennen in een van bovenvermelde situaties zullen voor zichzelf wel kunnen uitmaken tot welke groep zij behoren, en nee, ik ga geen oordeel vellen; geen van beide is beter of slechter. Elk zijn doel of uitdaging, het ene al ontspannender dan het andere, de moeilijkheidsgraad vaak sterk verschillend.

Het targetvissen is een uitgekiend samenspel van stekkeuze, tijd en doortastendheid. Zo houdt u best bij waar welke vis het vaakst wordt geprikt of gesignaleerd, een boekhouding die u niet zomaar op één, twee, drie voor elkaar heeft. Daarom dat ik al vermeldde dat de ene visserij niet beter of slechter is dan de andere. Er kruipt minstens evenveel werk in, enkel is de manier van vissen, en boekhouden anders. Konden we beide maar combineren, dat zou toch het summum van het karpervissen zijn, niet!?

Even een anekdote om duidelijkheid te scheppen waarom ik deze punten aanhaal. Ooit belde een beginnend karpervisser mij op om een stand van zaken van zijn dagvisserij te melden. De knaap ving drie vissen met een gewicht tussen zes en acht kilogram, maar werd uitgelachen omdat hij deze kleinere vissen fotografeerde. Is dit het voorbeeld dat we nieuwkomers moeten meegeven? Ik dacht het niet! Ik gaf hem daarom de raad om er toch rustig mee door te gaan. Voor later, weet u wel. Ach, achteraf is gebleken dat hij de enige was die er die dag een visje kon prikken… Ik kan me wel voorstellen hoe groen hun lachje moet hebben geklonken.

De simpele boodschap die ik met dit alles wil meegeven? Laat ieder zelf uitmaken hoe hij vist, waarom hij daar zit en wat hij verlangt van zijn eigen visserij. Respecteer iedereen en help een ander bij het vangen van zijn bak of beauty. Vis je vanuit je busje, tent of plu, wat maakt het uit? Als ieder doet wat zijn verlangen bevredigt dan is iedereen tevree… Vaak zie je dan weer reacties op sociale media verschijnen dat echte die hards vissen vanonder de plu in alle, zelfs de meest extreme, omstandigheden. Allemaal goed en wel, maar bepalen wie wat moet doen om erbij te horen is wel erg kleingeestig, toch!? In mijn optiek hoeft u niet jarenlang mee te draaien in de scene om die hard te zijn. Noch vissen zoals de hedendaagse norm dat voorschrijft. Zolang uw aderen maar gevuld zijn met dat karpervirus…

Tot aan de waterkant!

Steven Baert

Ontwapend

Ik wist niet wíé er nu precies stond. Een deur zwaaide open en ik kon wel een silhouet waarnemen, maar de schittering achter hem (of was het rondóm hem?) weerhield me van een gedetailleerde blik. Zijn stem kende ik niet, maar klonk toch bekend.

Een gelijkgestemde snaar. Een neus in dezelfde richting. Zielsverwant.

Soms leer je iemand kennen die je raakt. Dat kan een partner zijn, een vriend(in), of zomaar iemand uit de menigte. Een enkeling die er voor jou dan wél met kop en schouders bovenuit steekt. Voegen gaan barsten en je zorgvuldig opgebouwde muurtje brokkelt spontaan af. Diepbegraven (dacht je toch) zielenroerselen borrelen als vanzelf op wanneer je andere ik je aanspreekt. Natuurlijk en ongeremd.

Hij of zij doet alles zo simpel lijken. Nee máákt alles simpel. Zoals het is eigenlijk, laat ons wel wezen. Zo was ondergetekende onlangs (weer) in plotse boosheid ontstoken om een zoveelste akkefietje binnen ‘het wereldje’, as they say. Meteen paraat, het mes tussen de tanden, en ten oorlog. Te wapeuuu… Of toch bijna. Maar niet de rots. Nee, die relativeerde, en counterde dat doodgewoon en ontwapenend met nu al legendarische woorden. Nagalmend.

“Het gaat mij gewoon om het vissen, Filip.”

Pfff. Daar sta je dan. Wat ben ik me eigenlijk toch maar een lul. Veel geblaat en weinig wol. Tussen zeggen en doen ligt blijkbaar een hele wereld, ook bij mij. Maar ik doe mijn best. Kijk vooruit en omhoog. Tracht te leven en te vissen naar een spiegelbeeld dat ik eigenlijk nog nooit zag. Maar dat komt. Ooit. Zéker.

Just fish.

Filip Van Herreweghe

Utopia

Maintain our happiness; take care about the Future. Insiders en wie zijn prachtige lezing Dwergen en Titanen reeds gezien heeft, weten dat Pieter Bosseloo al een tijdje met een eigen karper kweekproject bezig is. Zijn en onze makker Gilles Lambert filmde onlangs een afvissing van een van de kweekvissen. Het resultaat daarvan krijgen jullie in primeur op deze Monkey Climberblog te zien. Maar sta Pieter zelf toe eerst een woordje uitleg te geven.

Facts

Wat u te zien krijgt is slechts het begin… ik ben zelf heel erg benieuwd waar dit allemaal gaat eindigen. Jaarlijks worden een 1000-tal prachtige karperkindjes gekweekt, waar vanaf 2015 nog een 200-tal karpers van 1à 2kg op jaarbasis zullen bijkomen. Bovendien zwemmen er momenteel op verschillende syndicaatwateren van deze karpers rond, wat ons op relatief korte termijn een duidelijk beeld zal geven van de potentie ervan.

Dit zijn behoorlijk wat goudklompjes, maar het gebeurt allemaal op erg amateuristische basis. Onze prioriteit gaat uit naar het kweken van zo veel mogelijk prachtig beschube vissen die ook goede groei en overlevingskansen hebben. Een specifieke bloedlijn heeft daarentegen (nog) geen prioriteit. Het unieke aan dit project ligt in het feit dat alles op een zeer natuurlijke wijze gebeurt, waardoor het Darwinistische principe van natuurlijke selectie gewaarborgd blijft. Moest iemand met veel verstand van zaken een goede tip kunnen geven om dit project met beperkte middelen nog meer de hoogte in te tillen, voel je vrij om mij daarover te contacteren (bosseloo.pieter@gmail.com).

Main perspective

Het ziet er allemaal heel erg mooi uit, en dat is het zeker, maar het is ook een lange en hobbelige weg hiernaartoe geweest. De roots van dit project situeren zich 4 jaar geleden, in de vruchtbare bodem van de provincie Vlaams-Brabant. Het heeft naast bergen van tijd ook veel lobbywerk en persoonlijke investeringen geëist om het project tot op het niveau te tillen waar het nu staat. Natuurlijk hebben we onderweg ook enorm genoten, daar zijn geen woorden voor nodig.
Door een samenloop van omstandigheden kreeg ik deze mogelijkheid, en zo een kans konden wij gewoon niet laten liggen. Dit was een kans om heel wat prachtige karpertjes te kweken, karpertjes waar het in onze contreien aan ontbreekt. Ik moest… ik zou… ik heb!

Laat mij vanaf het begin heel duidelijk zijn; dit is géén commercieel project. Het is wel een streefdoel om het project vanaf dit jaar zelfbedruipend te maken. Zo zullen er vanaf 2014 elk jaar een deel vissen verkocht worden om de kosten te dragen. De overige exemplaren zullen een lang en gelukkig leven gaan leiden in verschillende onbenoemde Vlaamse plassen. Op deze manier zullen wij in de toekomst een mooi aantal viswateren verrijken, en wie weet valt er ooit wel eens een samenwerking met officiële instanties uit de bus. Vandaag is het immers nog steeds illegaal om in België uit eigen initiatief vis uit te zetten op openbare wateren!

Utopia

Het is allemaal meer ethisch dan commercieel geladen. Wij hopen hiermee mensen te inspireren. Niet om hetzelfde te gaan doen, maar om een meer ruime beleving van het karpervissen te ontwikkelen. Deze video toont een grote liefde voor de karper ‘an sich’, als een mooi deeltje van een prachtige natuur. Liefde voor de schoonheid van, en liefde voor de variatie in de natuur. Deze liefde bereikt een extatisch hoogtepunt wanneer wij geconfronteerd worden met haar extremiteiten. Niet alleen in deze exreem beschubde spiegeltjes, maar evenzeer in een extreem groot en mooi exemplaar.

Utopia kent een bewust naïef doel, net als heel mijn persoonlijkheid. Ik strijd graag voor mijn dromen, waardoor anderen mij naïef gaan noemen. Maar ik geloof liever op een naïeve manier in idealen dan te zitten zagen en klagen vanachter mijn computerscherm, zonder iets te ondernemen. Op deze manier beleef ik gewoon veel meer dan wanneer ik mij bij voorbaat al zou afsluiten voor iets omdat het idee wat onnozel of onrealistisch klinkt.
Tot slot wil ik graag iedereen bedanken die ons onderweg geholpen heeft:

– Exclusive Baits, voor het vele visvoeder en de eensgezindheid;
– KSN regio Zwolle, voor de algehele ondersteuning het voorbije jaar;
– de helpende handen bij de afvissingen.

Pieter Bosseloo
Gilles Lambert
Tom Cochet

Enjoy!

Honey, I shrunk the carp

Thanks to Olle, one of the good friends we made by doing Monkey Climber magazine, I had the chance to fish an overnighter on a private estate lake last year. The lake itself was originally dug more than hundred years ago as a boating lake for a wealthy Walloon family living on the large 19th Century estate.

Most interestingly, this intimate lake also held a small head of very old carp. The 90 year old woman now living the manor house had no recollection at all as to when these fish were stocked, but they were only fished for less than a handful of times! As Olle is the only one permitted to do so, needless to say, I was thrilled!

The thought of fishing for possibly virgin carp lit my fire on the long way down, despite having just fished an almost sleepless night with Pieter and Gilles at the other side of the country. Upon arrival, we were immediately greeted by the most fabulous atmosphere bathing in the early Spring sun. Never had I seen such a cosy place, neither margins covered in thick bamboo reeds. It felt like every minute a panda could show up from in between…

The fishing was quite slow for the first part of the day and night, but a change of tactics the next day brought us a quick succession of takes. I won’t bother you with details, but just wanted to share these carp time forgot. Judging from their looks and recovered scars, these lovely creatures were perhaps older than the two of us, and never had we seen fish in a more immaculate condition than these sweet little pearls…

Recently we had another dabble on this little gem. Fishing from the boathouse, Winter fishing is no pain here… It is good to have friends like these.

MC Crew

“The future belongs to those who believe in the beauty of their dreams”
E. Roosevelt