Archive for “December, 2013”

Niet-alledaagse fanmail

Not your average, not your ordinary. Dat is Luc De Baets altijd geweest, en zal hij geheid ook altijd blijven. Sinds de opstart van Monkey Climber magazine kijkt hij nauwgezet over onze schouders mee en toen wij, ‘jonge honden’ zoals hij ons pleegt te noemen, net voor de publicatie van MC#5 onderstaande mail van ‘m mochten ontvangen, werden we toch een beetje week vanbinnen.

Dag Gio.

Ken je trouwens die groep, MC5? Anders even opvolgen. Iconen. Mijn favoriet van hen is ‘Sister Ann’….

Maar ik wou het over die andere MC hebben. En dit wou ik je al een poos vertellen: ik vond MC4 érg sterk. Op alle vlakken. Het was smullen van het interview met Rod, je chod-artikel was super en dat stuk van Chris was ijselijk goed. Leuk ook om te leren waar Jonas mee bezig is – een aantal andere favoriete bezigheden van hem kende ik al. En het meeste van de rest kon er ook meer dan gemiddeld mee door. Het gaat ook vaak over iets.

Dat leidt er bij mij dan toe, dat ik me meer aangesproken voel om het wereldje weer wat te gaan volgen en er zelfs wat aan deel te nemen. Ik heb de banden met een aantal mensen van vroeger weer wat aangetrokken en vind het vooral tof om om te gaan met wat jongere honden die hun tanden gebruiken om aan de goeie dingen te gaan sleuren. Ook mijn inbreng bij Subsurface is daarop terug te voeren. Ik beleef trouwens ook weer echt plezier aan het vissen op karper, al stelt het in vergelijking met vroeger niet veel voor, wat ik doe. Maar dat geeft niet. Wat me rest aan drive als visser kanaliseer ik wel naar mijn andere visserijen toe.

Gisteravond kreeg ik aan de telefoon een tip over het ‘iedereen beroemd’ filmpje van je – dat online terug te vinden bleek. Leuk. Zo ben ik er ook achter gekomen dat Hilton op de voorpagina staat van je MC5. Ook leuk, want Quest is nog altijd mijn favoriete karperboek; ook al omdat het mij destijds tot het karpervissen heeft gebracht. Jammer dat ik dat niet wist, anders had ik wel een stukje voor je geschreven over Jack of over het boek. Wist je trouwens dat ik voor Subsurface nr 1 een boekbespreking van Quest for Carp heb geschreven?

Tot zaterdag in Kortrijk. Ik neem aan dat MC5 tegen dan klaar zal zijn. En om eerlijk te zijn: ik kijk er zelfs al een beetje naar uit.

Ik groet je,
Luc

High MC Five

Jurgen Ego is een Monkey Climberlezer van het eerste uur, én een rasvisser pur sang. De openbare bakken die hij al ving zijn niet op een hand te tellen, zijn foto’s om bij te likkebaarden. MC Five, onze jongste uitgave, zal Jurgen alvast niet snel vergeten.

Op 30 november en 1 december was het weer Hengel Expo, een dicht-bij-huis beurs die ik toch telkens probeer te bezoeken. Hier en daar een praatje maken en ‘s rondsnuffelen, al moet je er voor de allernieuwste dingen doorgaans niet zijn. Dit jaar was het echter andere koek, want op de beurs werd wél iets voorgesteld waar ik al lange tijd naar uitkeek, namelijk MC#5.

Na mijn lidmaatschap te hebben verlengd kreeg ik de kersverse MC mee naar huis, ik kon haast niet wachten om te bladeren naar het artikel dat in dit nummer mijn aandacht zou trekken. Het bezoek aan Hengel Expo werd er eentje van het type blitz en eenmaal thuisgekomen ging mijn aandacht al snel richting Opgejaagd Wild. Ik ben zelf immers alweer een paar jaartjes op dat water aan de slag en ik meen de auteur van het artikel na zijn sessies daar te mogen beschouwen als een goeie vriend. Kortom, er is wel dubbel zoveel interesse van mijn kant in dit schrijven.

Tijdens het lezen en prentjes kijken door wordt de interesse in een schub van formaat aangewakkerd. Ik had ‘m zelf al eens gevangen een paar jaar terug, maar vond het doodzonde dat ik er toen amper één goede foto van had en schrijf hem, aangewakkerd door Wims stuk, terug op het verlanglijstje. Na het artikel gelezen te hebben wordt het zo stilaan tijd om zelf richting waterkant te vertrekken. Daar aangekomen, ziet het er compleet doods uit. Je kent het wel: geen dier actief, geen vogel te horen, het water één grote spiegel… Het gevóél is er niet.

Wanneer de hengels op de steunen rusten, en ik me langzaam kan beginnen settelen, weerklinkt daar het geluid van een biepje, gevolgd door niks anders dan de stilte, die zenuwachtig onderbroken wordt door nog een schelle toon. Na het opnemen van de hengel breekt de hel aan de andere kant van de lijn los en ik weet direct dat het om een betere vis gaat. Even later kan ik een schub in het net verwelkomen en om het geheel nog mooier te maken is het dan ook nog eens die karper die ik net terug aan het verlanglijstje had toegevoegd!

Precies op de dag dat de schub in Monkey Climber magazine verschijnt ligt die nu ook nog eens op mijn mat! Alsof het in de sterren geschreven stond…

Jurgen Ego

Abonneer je nu ook voor slechts 15,99 euro en mis het artikel Opgejaagd Wild en de vele andere topstukken in MC#5 niet!

Hitting the big screen

Monkey Climber magazine never was about fame, nor will it ever be. We’re three years down the line now from when we initially coughed up the idea of doing a proper DIY magazine and made so many new experiences, good and bad alike.

As with fishing, there’s always been a bit of luck involved when it comes down to compiling our issues. Like that time middle of November last year, just a few days before going tot the printers, when we still hadn’t got a good cover image. Gareth Fareham turned up here for a couple of days fishing and on the last morning, you know, we had this stunning common in true Hilton style pictured…

Now, with the release of MC Five it wasn’t different. We were really lucky to receive an unexpected phone call from Belgian national TV resulting in us being followed by a film crew for one whole day whilst finalizing our latest issue.

Check the video out here by clicking on the below image (Dutch only):

00 Hitting the Big Screen

Foto Safari – Part I

Achter iedere foto schuilt een verhaal, een herinnering, een emotie. Een al te duf logboek heb je niet nodig. Nee, laat je stapels foto’s en albums die herinneringen maar lekker oproepen. Als je net als grafisch wonder en gewoonweg sympathieke peer Geert Vandeplancke al van kindsbeen een fishtic hebt en gedreven op vanalles en nog wat vist, moet het niet makkelijk zijn om voor onze Foto Safari een handvol van de meest memorabele momenten uit je vissersleven te kiezen… Here we go!

Afscheid van m’n jeugd

Als ik me goed herinner leerde ik in 1994 mijn eerste vrouw kennen. Ik was ondertussen wat uitgekeken op het karpervissen en lonkte reeds naar de vliegvisserij. Een mooie zaterdagmorgen bracht me nog eens naar het Land van Ghow. Voor een instant karperdagje. De stek waar Phil en ik enkele jaren eerder zo veelbelovend van start waren gegaan lag als een van de enige vrij, en die zou het worden. In het opkomende licht had ik wat activiteit bemerkt op de ondiepe plaat, vlak tegen de oever aan. Bij het krieken van de dag bleek er een massa karper in dit kantje te liggen, op kniediep water. Nochtans lag de paaitijd ver achter ons. God mocht het me uitleggen waarom zoveel vis op het ondiepe zat. En waarom ver vissen als het voor je voeten ook kan? Ik wandelde twee rigs uit, waarvan lood en hoofdlijn onder het zand verstopt werden. Uit m’n ooghoeken zag ik hier en daar een mooie karper voorbij kruisen, onbevreesd! De derde rig ging de andere kant op, waarschijnlijk kansloos. Je kan het al raden, het werd een topdagje op dit voor de rest moeilijke water… een run of zeven, misschien acht, ik ben het al lang vergeten. Alleen een paar foto’s van Geert Baillevier resten me nog als herinnering. De vangstagenda is reeds lang zoek. Deze prachtige schub zat er ook bij. Het zou m’n laatste karper zijn die ik er ooit zou vangen. Terugkijkend overvalt me een vlaag van melancholie, vandaag ben ik net 47 geworden (nvdr: Geert schreef dit voor ons een goede twee jaar geleden) en toen was ik een goede twintiger… Het vuur van het karpervissen heeft sindsdien nooit echt méér in me gebrand, alvast toch niet zoals in die jaren. Ik zou het prachtige meer met z’n mooie zeelten, donkere brasems en ware monumenten van karpers achter me laten, verhuizen naar andere visgronden en me richten op de liefde en het vliegvissen. Deze vis was een prachtig afscheid van het eerste grote water waar ik als kind en jongen in de jaren ’80 viste. Vorig jaar ging ik er nog eens wandelen, en de magie was samen met de vissen verdwenen. De Grote Sterfte had ook de zinderende Spanning – die er ooit ging – meegenomen. Maar, geef me nog tien jaar op deze planeet, en dit water bezorgt me terug de kriebels van weleer…

De Gekraakte

Een paar jaar geleden deed ik een poging om een snoek te vangen op een groot water in de buurt van mijn geboortedorp. Dat wilde de eerste avond best lukken met een vis in de 75 cm categorie, wederom op een zelfgemaakte jerkbait. De tweede avond staken de andere vissers een stokje voor m’n visexploten. Geert Vandeplancke slaat namelijk graag een babbeltje en dan komt er geen vis in het net, hé? Ik raakte aan de praat met Jonas en Ole, twee vriendelijke jongens die een welbekende brede karperstek deelden. Ze waren net aan het uitpakken. De ene wist me te zeggen dat ze er nu 6 weken aan het vissen waren, met erg mager resultaat. Z’n vriend had drie vissen, hijzelf moest z’n eerste run nog krijgen… tja, eigen aan dressuurwater. Maar dat had hij er voor over, z’n target was immers de Gekraakte Staart, één van de echt grote vissen van het bewuste meer, een oud monument van ver over de twintig kilo. Méér dan deze ene vis wenste hij niet.

Het aas werd op verschillende dieptes uitgeworpen, het kamp opgeslagen. Een kwartier later volgt er een trage run op één van de single hookbaits. Iedereen springt verbaasd en uitgelaten het water in om de vis af te drillen en te scheppen, ik stel voor om te fotograferen. De vis blijft traag en log baggeren, met breed uitdeinende kolken in het olieachtige water. Het zag er veelbelovend uit, zonder meer een echte bak! De ene wilde de vis scheppen toen de karper zich de eerste keer zijlings aan de oppervlakte toonde, maar hield zich uiteindelijk in.

“Geloof het of niet, maar het is de Gekraakte Staart die je er aan hebt, en dan nog je eerste beet godverdomme!”, riep z’n visvriend uit. Paniek, spanning en ongeloof tegelijk! De vis ging terug diep en luttele seconden later loste de haak. Ongeloof schoot over, die ene kans voorbij. Geen rimpel die nog aan de reus deed denken. Teleurstelling alom, de eerste vis van een nieuw water, de vis van je dromen, en hem dan op deze manier verspelen… De pastis in de 1,5 literfles slonk zienderogen. Gekraakte Visser.

Het randgeval

Rond 2005 waren David en ik stevig aan het roofvissen. Onze start in het snoekvissen was traag gegaan. Poldervissen was gemakkelijk maar met de boot die we net aangeschaft hadden ging het moeilijker. Te veel onwetendheid en vooral te veel informatie die we nog niet gebundeld kregen. We waren ook van start gegaan op één van de moeilijkere wateren, dressuur werkte ons tegen. Maar na enige tijd valt alles in de plooi, tot je een soort climax bereikt. Je vist op een reeks wateren, neemt de opgebouwde kennis mee en legt de puzzel juist.

We hadden dat jaar goed gevist op één van de Nederlandse Randmeren. Wekelijks werden we geplezierd met een metersnoek. Het zat juist. Zoals iedereen ondertussen weet concentreren snoeken zich naar de winter toe op plekken waar veel aasvis samenschoolt. We besloten er op te anticiperen en er al eerder te vissen dan de rest van de roofvissers. Begin oktober kon ik een PB-vis van 116 cm strikken op een geverticaalde horsmakreel, om nog dezelfde dag een 121 cm te vangen. Veel sterker kon het niet. Ook David deed z’n duit in het zakje met prachtige vissen. Maar de lange visdagen en dito reistijden eisten hun tol. Goed vangen ja, maar er stond wel iets tegenover. Het begon me zwaar te wegen. Het broeide. Twee weken later startte ik de dag na 5 minuten met een 118 cm, die m’n vinger in het gewricht openhaalde, ik voel het na jaren nog altijd. De actie stopte die dag niet meer. Toen het donker werd stond de teller op 11 snoeken, waarvan 9 waanzinnige meterplussers. Mijn perceptie op het snoeken zou nooit meer hetzelfde zijn. Waarom een gans jaar hard vissen als je ze op het goede moment op deze plek kon bijeenharken? Ik verspeelde een vis die gemakkelijk 115 haalde en het kon me helemaal niks meer schelen. Ik was het kwijt. Nadien kon ik het allemaal moeilijk verwerken en de conclusie was dat het niet gaat om veel vangen, het gaat om goed bezig zijn, op het juiste spoor zitten. Natuurlijk moet er regelmatig iets gevangen worden om gemotiveerd te blijven, maar te gortig haalt alle plezier eruit.

Onze vriendschap leed eronder, maar ik was niet in staat om over de snoekproblemen te praten. Het jaar nadien werden m’n visdagen lusteloos, ik kreeg het niet op orde in m’n hoofd. Was er niet bij. De eerste week na de opening zaten we een ganse week op het water. Ik ving zo goed als niks meer, het was hard om door te douwen. Ook de visweek in het najaar bracht me verwarring, mede door de slechte vangsten. Toen ik het eindelijk kon opbrengen om m’n vismaat te zeggen dat het voor mij op deze manier eindig was, was dit zelfs de start van een fikse ruzie die nogal persoonlijk werd en het deed me besluiten om met het hengelen een andere weg in te slaan. Ik moest gaan genieten, alleen, zonder me nog te fixeren op mijn prestatiedrang.

Ik liet de snoeken even achter me om volop te gaan verticalen op snoekbaars. Erg leuk, omdat het zoeken, vinden, haken en vangen primeert op de grootte van de vis. Een immens contrast met de karper- en snoekvisserij. Het plezier kwam terug en op die manier liep ik ook tegen een paar aangename visvrienden aan, ze slaagden erin om me op het goede spoor te zetten. Iets waar ik hen dankbaar om ben. Ook al weten ze dit zelf niet. Ik begon te vissen op een andere manier, en deed niks meer tegen m’n zin. En toen stierf Jaap. Hoewel ik hem niet zo goed kende was dit een klap voor m’n kop. Hij was ons ontrukt, zo eindig was het leven dus. Ik zat in m’n boot toen ik het nieuws hoorde en was met tegenstrijdige gevoelens aan het kunstaasvissen op groot water. Want het werkte die dag niet en ik voelde dat ik weg moest, wat ik dan ook prompt deed. Ik heb Jaap De Bliek beloofd – ook al kan hij het niet horen – dat ik dit principe zou handhaven tot m’n eigen einde. Het is maar vissen. Niks meer tegen mijn zin.

Geert Vandeplancke

Heel binnenkort mag je hier het tweede deel van Geerts grasduinen in eigen verleden lezen, of bezoek alvast ook even zijn tot-hardcore-vissen-aanzettende site www.fishtic.com

A fresh colla(rt)boration

The first time I saw Monkey Climber magazine was when Gio contacted me about possibly doing some artwork for him. Gio told me all about the idea(l)s behind the magazine and explained he was looking for an old school portrait of Rod Hutchinson to be drawn for the start of MC#3’s wH2o’s wH2o interview with Hutch. Myself and Gio share the same passion for Art and Carp fishing so we both had the same ideas on how the artwork should look.

When Gio asked me to help him out with the cover of MC#5, I was more than excited when I knew what he had in mind. A bit of research and a little bit of help from Gaz Hood at Carpworld and Chris Ball, who actually photographed the image of Jack Hilton I used as ref at Redmire in June 1970, I started working on the portrait of Jack with a stunning Redmire Common. Sending progress photos to Gio along the way so he could keep up to date with how I was getting on.

I’d just like to say a big thank you to Gio for the opportunity and also to Eve for making the front cover look amazing!

Craig ‘Stannart’ Stannard
To connect to Craig’s amazing artwork:
www.facebook.com/stannartfishing
http://instagram.com/stannart/

Limited amount of 50 numbered Jack Hilton by Stannart framed prints available in our webstore soon!